Artikel 225 Faillissementswet
Lid 1
Bij het voorlopig verlenen der surseance kan de rechtbank zodanige bepalingen maken, als zij ter beveiliging van de belangen der schuldeisers nodig oordeelt.
Lid 2
Zij kan dit ook gedurende de surseance doen op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerders of van één of meer schuldeisers dan wel ambtshalve.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 225 Fw is sinds 2002 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Gelderland en Rb. Maastricht.
- ECLI:NL:RBAMS:2024:1154 — 27-02-2024 Rb. Amsterdam
WHOA; openbare akkoordprocedure; maatwerkvoorziening ex artikel 379 Fw (het van toepassing verklaren van de JIN Guidelines, JIN Modalities en door de Amerikaanse rechtbank vastgestelde bijzondere bepalingen) afgewezen. - ECLI:NL:RBZWB:2022:8628 — 23-12-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant
WHOA. Treffen van voorzieningen ex artikel 379/378 Fw - ECLI:NL:RBGEL:2022:3062 — 31-05-2022 Rb. Gelderland
WHOA; verzoek maatwerkvoorzieningen (art. 379 Fw); schorsing lopende procedures. - ECLI:NL:RBAMS:2021:3197 — 28-05-2021 Rb. Amsterdam
Beschikking benoeming commissie van vertegenwoordiging ex artikel 281e Fw - ECLI:NL:RBAMS:2020:909 — 19-02-2020 Rb. Amsterdam
Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte tijdens voorlopige surseance van betaling. Geen misbruik van recht.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.