Artikel 221 Faillissementswet
Lid 1
Van het arrest, door het gerechtshof gewezen, kan, ingeval van afwijzing van het verzoek, de schuldenaar, of, ingeval de surseance is verleend, iedere schuldeiser, die zich niet vóór het verlenen daarvan heeft verklaard, gedurende acht dagen na de dag der uitspraak, in cassatie komen.
Lid 2
Het beroep in cassatie wordt ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling.
Lid 3
De griffier van de Hoge Raad doet van het beroep in cassatie en van de tijd, voor de behandeling bepaald, aankondiging in de Staatscourant. Tevens geeft hij van het ingestelde beroep kennis aan de griffier van het gerechtshof, neemt van deze de in artikel 214 bedoelde stukken over en legt die op zijn griffie voor een ieder ter kosteloze inzage.
Lid 4
De bepalingen van het derde lid van artikel 219 en van het tweede lid van artikel 220 vinden overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
Recente uitspraken
Art. 221 Fw is sinds 2017 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad.
- ECLI:NL:HR:2017:3110 — 08-12-2017 Hoge Raad
Procesrecht. Insolventierecht. Surseance van betaling. Akkoord aan schuldeisers aangeboden. Beslissingen rechter-commissaris als bedoeld in art. 267 Fw en art. 268a Fw. Staat gewoon rechtsmiddel open? Art. 282 Fw. Doorbrekingsgronden toepasselijk? Termijn voor instellen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.