Artikel 241 Faillissementswet
De surseance werkt niet ten voordele van de borgen en andere medeschuldenaren.
Recente uitspraken
Art. 241 Fw is sinds 2016 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad en Rb. Zeeland-West-Brabant.
- ECLI:NL:HR:2016:1294 — 24-06-2016 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren. - ECLI:NL:RBZWB:2021:421 — 01-02-2021 Rb. Zeeland-West-Brabant
Verzoek herziening griffierecht ex art.29 Wgbz. Tussen de verzoeken tot het verlenen van surseance van betaling aan alle vennootschappen van de groep bestaat geen direct verband. Ieder verzoek staat op zichzelf en dient zelfstandig beoordeeld te worden omdat de vennootschappen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.