Artikel 239 Faillissementswet

Lid 1

Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, kan de schuldenaar, met inachtneming van het bij artikel 228 bepaalde, aan werknemers in zijn dienst, de arbeidsovereenkomst opzeggen, met inachtneming van de overeengekomen of wettelijke termijnen, met dien verstande echter, dat in elk geval de arbeidsovereenkomst kan worden geëindigd door opzegging met een termijn van zes weken of, indien de termijn, omschreven in artikel 672 lid 2 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek langer is dan zes weken, met inachtneming van die termijn.

Lid 2

Zodra de surseance een aanvang heeft genomen, behoeft bij opzegging der arbeidsovereenkomst door werknemers in dienst van de schuldenaar het bepaalde in artikel 672 lid 4 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek niet in acht te worden genomen.

Lid 3

Van de aanvang der surseance af zijn het loon en de met de arbeidsovereenkomst samenhangende premieschulden boedelschuld.

Lid 4

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op agentuurovereenkomsten.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 239 Fw is sinds 2001 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:RBROT:2021:3133 — 08-04-2021 Rb. Rotterdam
    Loongarantieregeling art 61 tm 68 WW, intern beleid UWV dat overgenomen loonbetalingsverplichting niet betaling vakantiegeld en vakantiebijslag omvat bij ontbreken (fictieve) opzegdatum arbeidsovereenkomst; arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd namelijk door verloop…
  • ECLI:NL:RBAMS:2001:AB2308 — 17-05-2001 Rb. Amsterdam
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.