Artikel 250 Faillissementswet

Lid 1

Het loon van de deskundigen, benoemd ingevolge de bepaling van artikel 226, en van de bewindvoerders wordt bepaald door de rechtbank en bij voorrang voldaan.

Lid 2

Dit laatste is ook van toepassing op hun verschotten en op die, door de griffier ten gevolge van de bepalingen van deze titel gedaan.

Lid 3

De rechtbank stelt het loon van de bewindvoerder vast aan de hand van uitgangspunten waarin het belang van een efficiënte behandeling van de surseance tot uitdrukking komt. Overweegt de rechtbank om af te wijken van een voorstel van de bewindvoerder tot vaststelling van zijn loon of stemt de rechter-commissaris niet met een dergelijk voorstel in, dan beslist de rechtbank niet over het loon van de bewindvoerder dan nadat zij de bewindvoerder op een door haar nader te bepalen wijze en binnen een door haar te bepalen termijn in de gelegenheid heeft gesteld een zienswijze te geven.

Dit artikel verwijst naar:

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 250 Fw is sinds 2011 in 3 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Rb. Limburg en Rb. 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:HR:2016:199 — 05-02-2016 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Rangorde (art. 3:277 BW). Aan bank verpande, door curator onrechtmatig geïnde vorderingen. Gaat boedelvordering van de pandhouder wegens schadevergoeding voor op de kosten van executie en vereffening, waaronder het salaris van de curator? (HR 28 september…
  • ECLI:NL:RBLIM:2026:9764 — 17-09-2026 Rb. Limburg
    Opheffen beslag, aannemelijk dat boedelactief ontoereikend is, geen onmiskenbare vergissing, geen andere rangorde, maar concurrente boedelvordering. Volgt opheffing beslag.
  • ECLI:NL:RBSGR:2011:BR6703 — 05-09-2011 Rb. 's-Gravenhage
    Intrekking van de surseance ex artikel 247 Fw, op grond dat de toestand des boedels schuldenaar weer in staat stelt zijn betalingen te hervatten.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.