Artikel 231 Faillissementswet

Lid 1

De surseance stuit de loop niet van reeds aanhangige rechtsvorderingen, noch belet het instellen van nieuwe.

Lid 2

Indien niettemin de rechtsgedingen blotelijk betreffen de vordering van betaling ener schuld, door de schuldenaar erkend, en de eiser geen belang heeft om vonnis te verkrijgen, teneinde rechten tegen derden te doen gelden, kan de rechter, na van de erkenning der schuld akte te hebben verleend, het uitspreken van het vonnis opschorten tot na het einde der surseance.

Lid 3

De schuldenaar kan, voor zoveel betreft rechtsvorderingen, welke rechten of verplichtingen tot de boedel behorende ten onderwerp hebben, noch eisende, noch verwerende in rechte optreden, zonder medewerking der bewindvoerders.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 231 Fw is sinds 2003 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Noord-Holland en Hof Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2017:1281 — 07-07-2017 Hoge Raad
    Insolventierecht. Intrekking surseance van betaling en faillietverklaring o.g.v. art. 242 Fw. Internationaal concern met de Nederlandse financieringsmaatschappijen. Uitzondering op toepasselijkheid Nederlands recht i.v.m. herstructurering groep in buitenland? Oproepen…
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:181 — 27-01-2026 Hof Amsterdam
    Faillissementsrecht. Opening pre-faillissementsprocedure (Predstečajni postupak) in Kroatië. Gevolgen voor de in Nederland aanhangige rechtsvorderingen. Nederlands recht is beslissend voor het antwoord op de vraag of de in Nederland aanhangige rechtsvorderingen al dan niet zijn…
  • ECLI:NL:GHARN:2008:BD5906 — 13-05-2008 Hof Arnhem
    Het hof constateert dat [appellante], ook na daarop bij memorie van antwoord onder 2 en ter gelegenheid van de pleidooien in hoger beroep te zijn gewezen, geen helderheid heeft verschaft hoe de primair en subsidiair gevorderde bedragen zich tot ieder der geïntimeerden verhouden.…
  • ECLI:NL:RBNHO:2022:1613 — 23-02-2022 Rb. Noord-Holland
    Luchtvaartclaim. Vervoerder heeft zich niet uitgelaten over de vragen in het tussenvonnis, maar dat is ook niet meer relevant nu de insolventieprocedure waarop die vragen betrekking hadden, is beëindigd. Vordering is niet betwist, dus toewijsbaar.
  • ECLI:NL:RBNHO:2021:9606 — 13-10-2021 Rb. Noord-Holland
    Luchtvaartzaak. Toepasselijk recht. Lex fori processus. Onduidelijkheid over de gevolgen van een Mauritiaanse insolventieprocedure op de lopende rechtsvordering. Tussenvonnis.

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.