Artikel 233 Faillissementswet
De betaling van alle andere schulden, bestaande vóór de aanvang der surseance, kan, zolang de surseance duurt, niet anders plaats hebben dan aan alle schuldeisers gezamenlijk, in evenredigheid hunner vorderingen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 233 Fw is sinds 2003 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Arnhem.
- ECLI:NL:GHSHE:2003:AF5670 — 10-02-2003 Hof 's-Hertogenbosch
- - ECLI:NL:RBROT:2024:2445 — 13-03-2024 Rb. Rotterdam
Dwangakkoord toegewezen. Saneringskrediet. Ontbreken van goede trouw staat toewijzing dwangakkoord niet in de weg. - ECLI:NL:RBAMS:2022:3486 — 01-06-2022 Rb. Amsterdam
Afwijzing definitieve surséance van betaling en fallietverklaring - ECLI:NL:RBAMS:2022:1287 — 13-01-2022 Rb. Amsterdam
Definitieve surséance van betaling; bestuurdersaansprakelijkheid - ECLI:NL:RBSHE:2010:BO1291 — 20-10-2010 Rb. 's-Hertogenbosch
Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Surseance. Verplichting van huurder/sursiet om nieuwe bankgarantie te stellen.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.