Artikel 214 Faillissementswet

Lid 1

De schuldenaar die voorziet, dat hij met het betalen van zijn opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan surseance van betaling aanvragen.

Lid 2

Hij zal zich daartoe, onder overlegging van een door behoorlijke bescheiden gestaafde staat als bedoeld in artikel 96, bij verzoekschrift, door hemzelf en zijn advocaat ondertekend, wenden tot de rechtbank, aangewezen in artikel 2. Het verzoekschrift bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

Lid 3

Bij het verzoekschrift kan een ontwerp van een akkoord worden gevoegd.

Lid 4

Surseance van betaling wordt niet verleend aan een natuurlijke persoon die geen zelfstandig beroep of bedrijf uitoefent, noch aan een bank als bedoeld in artikel 212g, eerste lid, onderdeel a, noch aan een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 212oo, tweede zin, noch aan een verzekeraar als bedoeld in artikel 213, noch aan een centrale tegenpartij als bedoeld in artikel 213ll, onderdeel b.

Recente uitspraken

Art. 214 Fw is sinds 2012 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:RBZWB:2026:8541 — 28-08-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in Nederland op grond van 214 lid 2 Fw jo. artikel 2 lid 4 Fw (en niet op basis van…
  • ECLI:NL:RBDHA:2024:18898 — 13-11-2024 Rb. Den Haag
    Homologatie akkoord in surseance. Geen toets aan WHOA. Geen schending paritas creditorum of absolute priority rule.
  • ECLI:NL:RBROT:2021:8742 — 03-08-2021 Rb. Rotterdam
    1) Voorlopige surseance van betaling: bezwaren van schuldeisers ex artikel 252 Fw dat géén akkoord is aangenomen, treffen geen doel; 2) rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden ex artikel 272, lid 2 en 3 Fw en homologeert het aangenomen akkoord.
  • ECLI:NL:RBAMS:2021:3197 — 28-05-2021 Rb. Amsterdam
    Beschikking benoeming commissie van vertegenwoordiging ex artikel 281e Fw
  • ECLI:NL:RBMNE:2021:1255 — 26-03-2021 Rb. Midden-Nederland
    WHOA zaak. Afwijzing verzoek herstructureringsdeskundige op de grond dat er geen sprake is van een zelfstandige onderneming die moet worden afgewikkeld. Daarnaast zijn voorgestelde herstructureringsdeskundigen niet onafhankelijk.

Bekijk alle 8 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.