Uitspraken over Artikel 214 Faillissementswet
Art. 214 Fw is sinds 2012 in 8 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Midden-Nederland.
Pagina 1 van 1 — 8 uitspraken in totaal, gesorteerd op gezagsvolgorde (Hoge Raad → Hof → Rechtbank)
- ECLI:NL:RBZWB:2026:8541 — 28-08-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant Civiel recht
Verlening voorlopige surseance; internationale bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van een surseance verzoek van een in Zwitserland gevestigde onderneming met een vestiging in Nederland op grond van 214 lid 2 Fw jo. artikel 2 lid 4 Fw (en niet op basis van… - ECLI:NL:RBDHA:2024:18898 — 13-11-2024 Rb. Den Haag Civiel recht
Homologatie akkoord in surseance. Geen toets aan WHOA. Geen schending paritas creditorum of absolute priority rule. - ECLI:NL:RBROT:2021:8742 — 03-08-2021 Rb. Rotterdam Civiel recht
1) Voorlopige surseance van betaling: bezwaren van schuldeisers ex artikel 252 Fw dat géén akkoord is aangenomen, treffen geen doel; 2) rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden ex artikel 272, lid 2 en 3 Fw en homologeert het aangenomen akkoord. - ECLI:NL:RBAMS:2021:3197 — 28-05-2021 Rb. Amsterdam Civiel recht
Beschikking benoeming commissie van vertegenwoordiging ex artikel 281e Fw - ECLI:NL:RBMNE:2021:1255 — 26-03-2021 Rb. Midden-Nederland Civiel recht
WHOA zaak. Afwijzing verzoek herstructureringsdeskundige op de grond dat er geen sprake is van een zelfstandige onderneming die moet worden afgewikkeld. Daarnaast zijn voorgestelde herstructureringsdeskundigen niet onafhankelijk. - ECLI:NL:RBAMS:2020:909 — 19-02-2020 Rb. Amsterdam Civiel recht
Opzegging huurovereenkomst bedrijfsruimte tijdens voorlopige surseance van betaling. Geen misbruik van recht. - ECLI:NL:RBNNE:2018:817 — 07-03-2018 Rb. Noord-Nederland Civiel recht
herroeping verlenen surseance van betaling bedrog - ECLI:NL:RBAMS:2012:BY5815 — 16-10-2012 Rb. Amsterdam Civiel recht
Faillissementsrecht. Afwijzing verzoek dwangakkoord art. 287a Fw en Art. 214 lid 4 Fw. Natuurlijke persoon wil de onderneming voortzetten. Niet onaannemelijk dat bij liquidatie een hogere uitkering aan crediteuren zal kunnen worden gedaan.
Bron: Rechtspraak.nl. Koppelingen worden gemaakt op basis van artikelverwijzingen in de uitspraaktekst.