Artikel 2 Faillissementswet
Lid 1
De faillietverklaring geschiedt door de rechtbank van de woonplaats des schuldenaars.
Lid 2
Indien de schuldenaar zich buiten het Rijk in Europa heeft begeven, is de rechtbank zijner laatste woonplaats bevoegd.
Lid 3
Ten aanzien van vennoten onder ene firma is de rechtbank, binnen welker gebied het kantoor der vennootschap is gevestigd, mede bevoegd.
Lid 4
Indien de schuldenaar binnen het Rijk in Europa geen woonplaats heeft, doch aldaar een beroep of bedrijf uitoefent, is de rechtbank, binnen welker gebied hij een kantoor heeft, bevoegd.
Lid 5
Wordt in het geval van het derde of vierde lid door meer dan één daartoe bevoegde rechtbank op verschillende dagen de faillietverklaring uitgesproken, dan heeft alleen de eerst gedane uitspraak rechtsgevolgen. Heeft de uitspraak van verschillende rechtbanken op dezelfde dag plaats, dan heeft alleen de uitspraak van de rechtbank, die in de wet van 10 augustus 1951, Stb. 347 het eerst genoemd wordt, rechtsgevolgen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2 Fw is sinds 2011 in 45 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Den Haag en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2017:870 — 12-05-2017 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Insolventierecht; IPR. Bevoegdheid kennis te nemen van faillissementsverzoek. Toepasselijkheid van Insolventieverordening (‘Centre of Main Interests’) of van art. 2 Fw (plaats van statutaire zetel)? Verbod van terugverwijzing door hof. Toestand van te hebben… - ECLI:NL:HR:2013:BZ7459 — 14-06-2013 Hoge Raad
WSNP. Beëindiging toepassing schuldsaneringsregeling zonder “schone lei”. Vereiste dat tekortkoming de schuldenaar kan worden toegerekend. Wettelijk stelsel, art. 354, 356, 358 Fw. - ECLI:NL:OGHACMB:2022:296 — 20-12-2022 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
hb faillietverklaring – onbevoegdheid – geen beroep of bedrijf – geen kantoor – geen forum necessitatis – geen steunvordering - ECLI:NL:GHAMS:2025:2554 — 23-09-2025 Hof Amsterdam
Geïntimeerde die in Nederland staat ingeschreven, stelt in Frankrijk en/of Dubai te verblijven en dat de Nederlandse rechter daarom niet bevoegd is kennis te nemen van het tegen hem ingediende faillissementsverzoek. Hof oordeelt dat de Nederlandse rechter op grond van artikel 3… - ECLI:NL:GHAMS:2025:1759 — 24-06-2025 Hof Amsterdam
De rechtbank heeft zich ten onrechte onbevoegd verklaard kennis te nemen van het verzoek tot omzetting van het faillissement naar wsnp. In hoger beroep is op grond van door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden genoegzaam gebleken dat hij woonplaats heeft in Amsterdam.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.