Artikel 15c Faillissementswet

Lid 1

Tegen het vonnis, houdende uitspraak tot de opheffing van het faillissement en tot de toepassing van de schuldsaneringsregeling, kunnen noch door schuldeisers noch door andere belanghebbenden rechtsmiddelen worden ingesteld.

Lid 2

Indien de toepassing van de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, heeft de gefailleerde gedurende acht dagen na de dag van de uitspraak het recht van hoger beroep. Het hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van het gerechtshof, dat van de zaak kennis moet nemen. De griffier van het gerechtshof geeft van die indiening onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.

Lid 3

De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling, welke zal moeten plaatshebben binnen twintig dagen na de dag van de indiening van het verzoek. De uitspraak vindt niet later plaats dan op de achtste dag na die van de behandeling van het verzoek ter zitting. Van het arrest van het gerechtshof wordt door de griffier onverwijld mededeling gedaan aan de griffier van de rechtbank.

Lid 4

Indien het gerechtshof het faillissement handhaaft, kan de schuldenaar gedurende acht dagen na die van de uitspraak in cassatie komen. Het beroep in cassatie wordt ingesteld door indiening van een verzoek ter griffie van de Hoge Raad. De voorzitter bepaalt terstond dag en uur voor de behandeling. De griffier van de Hoge Raad geeft van het beroep in cassatie en van de uitspraak van de Hoge Raad onverwijld kennis aan de griffier van de rechtbank.

Lid 5

Zolang niet op het verzoek bedoeld in artikel 15b, tweede lid, is beslist en, indien de schuldsaneringsregeling niet is uitgesproken, hangende het hoger beroep of de cassatie, kan in het faillissement geen raadpleging over een akkoord plaatshebben, noch tot uitdeling aan de schuldeisers worden overgegaan.

Dit artikel verwijst naar:

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 15c Fw is sinds 2013 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof Den Haag en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2013:699 — 13-09-2013 Hoge Raad
    Toewijzing verzoek tot opheffing faillissement onder uitspreken toepassing schuldsaneringsregeling en vaststelling duur schuldsanering, art. 15b Fw. Toepasselijkheid rechtsmiddelenverbod art. 15c Fw. Beslissing in de zin van Titel III Fw.
  • ECLI:NL:GHARL:2026:2015 — 02-04-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Omzetting faillissement naar Wsnp, toewijzing verzoek termijnverkorting, artikel 349a Fw en artikel 1.2 onder b Recofa-richtlijn voor schuldsaneringszaken.
  • ECLI:NL:GHARL:2026:2014 — 02-04-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    beëindiging schuldsaneringsregeling na verstrijken looptijd. Feiten en omstandigheden voorafgaand aan de tweede schuldsaneringsregeling die ten tijde van de omzettingsbeslissing al bekend waren en toen ook zijn meegenomen bij de beslissing tot omzetting, zijn niet relevant voor…
  • ECLI:NL:GHARL:2023:7171 — 24-08-2023 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Hoger beroep afwijzing termijnverkorting schuldsaneringsregeling. Artikel 349a lid 1 Fw. Ontvankelijkheid. Artikel 292 Fw. Inhoudelijk: geen termijnverkorting. Niet is komen vast te staan dat appellante tijdens buitengerechtelijk traject conform de verplichtingen van de…
  • ECLI:NL:GHDHA:2020:790 — 07-04-2020 Hof Den Haag
    Hoger beroep door schuldenaar tegen vonnis waarbij het verzoek ex art. 287a Fw is toegewezen, is niet mogelijk. Ook niet als slechts wordt opgekomen tegen de looptijd c.q. de ingangsdatum van het dwangakkoord.

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.