Artikel 4 Faillissementswet

Lid 1

De aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan en het verzoek daartoe ingediend ter griffie en met de meeste spoed in raadkamer behandeld. Het Openbaar Ministerie wordt daarop gehoord. Indien de aangifte tot faillietverklaring wordt gedaan door een natuurlijk persoon, stelt de griffier deze terstond ervan in kennis dat hij, onverminderd artikel 15b, eerste lid, een verzoek als bedoeld in artikel 284 kan indienen.

Lid 2

Een schuldenaar die gehuwd is of een geregistreerd partnerschap is aangegaan kan slechts aangifte doen met medewerking van zijn echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner tenzij iedere gemeenschap tussen echtgenoten onderscheidenlijk geregistreerde partners, is uitgesloten.

Lid 3

Ten aanzien ener vennootschap onder ene firma, moet de aangifte inhouden de naam en de woonplaats van elk der hoofdelijk voor het geheel verbonden vennoten.

Lid 4

De aangifte of het verzoek tot faillietverklaring bevat zodanige gegevens dat de rechter kan beoordelen of hem rechtsmacht toekomt op grond van de verordening, genoemd in artikel 5, derde lid.

Lid 5

Het vonnis van faillietverklaring wordt ter openbare zitting uitgesproken en is bij voorraad, op de minuut uitvoerbaar, niettegenstaande enige daartegen gerichte voorziening.

Recente uitspraken

Art. 4 Fw is sinds 2010 in 41 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hoge Raad en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2026:714 — 24-04-2026 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Insolventierecht. Wsnp. Uitleg art. 349a lid 1 Fw, dat het sinds 1 juli 2023 mogelijk maakt dat termijn van wettelijke schuldsaneringsregeling eerder aanvangt dan met toelatingsvonnis. Zijn afdrachten in voorafgaand faillissement dat is omgezet…
  • ECLI:NL:HR:2023:658 — 21-04-2023 Hoge Raad
    Cassatie in belang der wet. Openbaarheid van civiele procedures. Zijn gerechten verplicht om aan anderen dan partijen informatie te verstrekken over civiele procedures die aanhangig zijn of zijn geweest? Art. 6 EVRM. Art. 121 Grondwet. Art. 6 AVG. Art. 15 BODG.
  • ECLI:NL:HR:2019:649 — 19-04-2019 Hoge Raad
    Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Ondernemingsrecht. Faillissementsrecht. Rechtskarakter vennootschap onder firma. Arbeidsovereenkomst 'met de vof'; wie is als werkgever aan te merken? Pluraliteit van schuldenaren (art. 6:6 BW); hoofdelijke verbondenheid vennoten (art. 18 WvK).…
  • ECLI:NL:HR:2016:2577 — 11-11-2016 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Vernietiging van faillietverklaring in hoger beroep. Zijn handelingen van curator na de vernietiging, maar voor de in art. 15 Fw vermelde aankondiging, verbindend voor de schuldenaar? Art. 13 lid 1 Fw. Terughoudendheid bij aanwending bevoegdheden door…
  • ECLI:NL:HR:2015:251 — 06-02-2015 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. WSNP. Hoge Raad komt terug van regel (laatstelijk HR 22 december 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK3574, NJ 2010/15) dat het faillissement van een vof steeds en noodzakelijkerwijs het faillissement van de vennoten ten gevolge heeft. Aard vof, afgescheiden vermogen;…

Bekijk alle 41 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.