Artikel 272 Faillissementswet
Lid 1
De rechtbank geeft zo spoedig mogelijk haar met redenen omklede beschikking.
Lid 2
Zij zal de homologatie weigeren:
indien de baten van de boedel de bij het akkoord bedongen som te boven gaan;
indien de nakoming van het akkoord niet voldoende is gewaarborgd;
indien het akkoord door bedrog, door begunstiging van één of meer schuldeisers of met behulp van andere oneerlijke middelen is tot stand gekomen, onverschillig of de schuldenaar dan wel een ander daartoe heeft medegewerkt;
indien het loon en de verschotten van de deskundigen en de bewindvoerders niet in handen van de bewindvoerders zijn gestort of daarvoor zekerheid is gesteld.
Lid 3
Zij kan ook op andere gronden en ook ambtshalve de homologatie weigeren.
Lid 4
De rechtbank, de homologatie weigerende, kan bij dezelfde beschikking de schuldenaar in staat van faillissement verklaren. Wordt het faillissement niet uitgesproken, dan eindigt de surseance zodra de beschikking, waarbij de homologatie geweigerd is, in kracht van gewijsde is gegaan. Van deze beëindiging doen de bewindvoerders aankondiging op de in artikel 216 voorgeschreven wijze.
Lid 5
In afwijking van het vierde lid stelt de rechtbank De Nederlandsche Bank N.V. in staat te worden gehoord alvorens een moedermaatschappij met zetel in Nederland van een verzekeraar als bedoeld in artikel 213abis, eerste lid, in staat van faillissement te verklaren.
Lid 6
De artikelen 154-156 en 160 vinden overeenkomstige toepassing.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 272 Fw is sinds 2015 in 9 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Rb. Midden-Nederland en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:GHARL:2015:5413 — 21-07-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
homologatie akkoord in surseance - ECLI:NL:GHARL:2015:574 — 29-01-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
Vernietiging van de beschikking waarbij de surseance van betaling is omgezet in een faillissement. Gelet op de gelden die derden ter beschikking hebben gesteld voor voldoening van enerzijds de boedelschulden, de preferente vorderingen en de lopende verplichtingen en anderzijds… - ECLI:NL:RBDHA:2024:18898 — 13-11-2024 Rb. Den Haag
Homologatie akkoord in surseance. Geen toets aan WHOA. Geen schending paritas creditorum of absolute priority rule. - ECLI:NL:RBAMS:2021:5452 — 23-09-2021 Rb. Amsterdam
Homologatie surseance-akkoord. Akkoord unaniem aangenomen. Stemming door commissie van vertegenwoordiging. Wijze van indiening zienswijze door schuldeiser. Geen percentageakkoord maar akkoord als onderdeel wereldwijde schikking. Strekking weigeringsgronden artikel 272 lid 2… - ECLI:NL:RBROT:2021:8742 — 03-08-2021 Rb. Rotterdam
1) Voorlopige surseance van betaling: bezwaren van schuldeisers ex artikel 252 Fw dat géén akkoord is aangenomen, treffen geen doel; 2) rechtbank oordeelt dat geen sprake is van één of meerdere weigeringsgronden ex artikel 272, lid 2 en 3 Fw en homologeert het aangenomen akkoord.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.