Artikel 260 Faillissementswet

Lid 1

Een rentedragende vordering wordt op de lijst gebracht met bijrekening der rente tot de aanvang der surseance.

Lid 2

De artikelen 129, 133-135 en 136, eerste en tweede lid, vinden overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 260 Fw is sinds 2002 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hoge Raad en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2017:2991 — 24-11-2017 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Komt tijdens surseance vervallen rente die in de surseance buiten beschouwing moet blijven (art. 260 Fw), in aanmerking voor verificatie in opvolgend faillissement? Betekenis van art. 249 Fw.
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:2006 — 22-03-2017 Rb. Amsterdam
    Prejudiciële vraag voor HR: Komt een vordering ter zake van rente vervallen in de periode vanaf datum van surseance van betaling tot aan de datum van een opvolgend faillissement over een vordering ten aanzien waarvan de surseance van betaling werkt in aanmerking voor verificatie…
  • ECLI:NL:RBROT:2008:BC6640 — 27-02-2008 Rb. Rotterdam
    Renvooiprocedure. Rente vervallen gedurende de surseance van betaling komt niet voor verificatie in aanmerking in een op de surseance volgend faillissement. Beroep op rechtsverwerking.
  • ECLI:NL:RBAMS:2002:AD9668 — 21-02-2002 Rb. Amsterdam
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.