Artikel 122 Faillissementswet

Lid 1

In geval van betwisting beproeft de rechter-commissaris een schikking. Indien hij partijen niet kan verenigen, en voorzover het geschil niet reeds aanhangig is, verwijst hij partijen naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank, zonder dat daartoe een dagvaarding wordt vereist.

Lid 2

De advocaten, die voor partijen optreden, verklaren dit bij de oproeping der zaak ter zitting.

Lid 3

Verschijnt de schuldeiser, die de verificatie vraagt, op de bepaalde zitting niet of heeft hij het griffierecht niet tijdig voldaan, dan wordt hij geacht zijn aanvraag te hebben ingetrokken; verschijnt hij die de betwisting doet niet of heeft hij het griffierecht niet tijdig voldaan, dan wordt hij geacht zijn betwisting te laten varen en erkent de rechter de vordering. Artikel 127a, derde en vierde lid, van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is van overeenkomstige toepassing.

Lid 4

Schuldeisers, die ter verificatievergadering geen betwisting hebben gedaan, kunnen in het geding zich niet voegen noch tussenkomen.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 122 Fw is sinds 2004 in 69 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Amsterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:1067 — 07-07-2023 Hoge Raad
    Borgtocht. Procesrecht. Faillissement. Hoger beroep tegen toewijzing vordering uit borgtocht. Veroordeling echtgenote van borg om verhaal op huwelijksgemeenschap te gehengen en gedogen. Als borg failleert voordat memorie van grieven is ingediend, is procedure ex art. 29 Fw…
  • ECLI:NL:HR:2017:2808 — 03-11-2017 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Verzet ex art. 184 Fw. Mogelijkheid terugkomen van beschikking RC ex art. 67 Fw omtrent erkenning en betwisting. Verwijzing naar o.m. HR 2 oktober 1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2728, NJ 1999/467. Terugwijzing i.v.m. kosten; vgl. o.m. HR 11 november 1994,…
  • ECLI:NL:HR:2016:1294 — 24-06-2016 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren.
  • ECLI:NL:HR:2014:3464 — 28-11-2014 Hoge Raad
    Faillissement. Beslissing rechter-commissaris om schuldvorderingen die niet op de voet van art. 110 Fw door de schuldeisers ter verificatie zijn ingediend, toch tot verificatie toe te laten; beschikking waartegen op de voet van art. 67 Fw beroep openstaat. Betekenis HR 15 maart…
  • ECLI:NL:HR:2014:904 — 11-04-2014 Hoge Raad
    Vermogensrecht. Vennootschapsrecht. Aansprakelijkheidsverklaring moedermaatschappij voor schulden dochtermaatschappij, art. 2:403 lid 1 onder f BW. Leidt bevoorrechte vordering op dochtermaatschappij tot bevoorrechte vordering op moedermaatschappij? Wettelijke grondslag…

Bekijk alle 69 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.