Artikel 110 Faillissementswet

Lid 1

De indiening der schuldvorderingen geschiedt door of bij de curator door de overlegging ener rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende de aard en het bedrag der vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan, en van een opgave, of op voorrecht, pand, hypotheek of retentierecht aanspraak wordt gemaakt.

Lid 2

De schuldeisers zijn bevoegd van de curator een ontvangbewijs te vorderen.

Lid 3

Indien de curator een overeenkomst als bedoeld in artikel 907, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek heeft gesloten die door de rechter verbindend is verklaard, kunnen de gerechtigden onder de overeenkomst die niet de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde mededeling hebben gedaan, hun vordering krachtens de overeenkomst uitsluitend indienen op de wijze als in deze overeenkomst is bepaald. De overeenkomst als bedoeld in de eerste zin voorziet in ieder geval in de mogelijkheid tot indiening van vorderingen met behulp van een elektronisch communicatiemiddel. In afwijking van artikel 907, zesde lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek kan de overeenkomst als bedoeld in de eerste zin, bepalen dat een vordering vervalt indien een gerechtigde onder de overeenkomst deze vordering niet indient binnen een termijn van ten minste drie maanden na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de in artikel 908, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn is verstreken. Op de vorderingen als bedoeld in de eerste zin, zijn de artikelen 128, 133 en 136 van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 110 Fw is sinds 2010 in 51 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:HR:2021:112 — 02-02-2021 Hoge Raad
    Cassatie in het belang van de wet. Profijtontneming. Gevolgen van faillissement voor geldboete of ontnemingsmaatregel, wanneer faillissement wordt beëindigd door gehomologeerd akkoord tussen gefailleerde en zijn schuldeisers. 1. Vanaf welk moment kan OvJ o.g.v. art. 94d.3 Sv als…
  • ECLI:NL:HR:2016:1294 — 24-06-2016 Hoge Raad
    Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren.
  • ECLI:NL:HR:2014:3464 — 28-11-2014 Hoge Raad
    Faillissement. Beslissing rechter-commissaris om schuldvorderingen die niet op de voet van art. 110 Fw door de schuldeisers ter verificatie zijn ingediend, toch tot verificatie toe te laten; beschikking waartegen op de voet van art. 67 Fw beroep openstaat. Betekenis HR 15 maart…
  • ECLI:NL:HR:2013:BZ5424 — 15-03-2013 Hoge Raad
    Art. 344 aanhef onder 2 Sr, art. 110 Faillissementswet. “Bij verificatie van de schuldvorderingen in geval van faillissement”. Nu de indiening ter verificatie van de vordering van de schuldeiser bij de curator o.g.v. art. 110 Fw de handeling is waarmee de schuldeiser aanspraak…
  • ECLI:NL:GHARL:2025:7441 — 18-11-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Wsnp, schone lei. Valt hypothecaire vordering onder schone lei? Rechtsverwerking

Bekijk alle 51 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.