Artikel 33 Faillissementswet
Lid 1
Het vonnis van faillietverklaring heeft ten gevolge, dat alle gerechtelijke tenuitvoerlegging op enig deel van het vermogen van de schuldenaar, vóór het faillissement aangevangen, dadelijk een einde neemt, en dat, ook van hetzelfde ogenblik af, geen vonnis bij lijfsdwang kan worden ten uitvoer gelegd.
Lid 2
Gelegde beslagen vervallen; de inschrijving van een desbetreffende verklaring van de rechter-commissaris machtigt de bewaarder van de openbare registers tot doorhaling. Het beslag herleeft, zodra het faillissement een einde neemt ten gevolge van vernietiging of opheffing van het faillissement, mits het goed dan nog tot de boedel behoort. Indien de inschrijving van het beslag in de openbare registers is doorgehaald, vervalt de herleving, indien niet binnen veertien dagen na de herleving een exploot is ingeschreven, waarbij van de herleving mededeling aan de schuldenaar is gedaan.
Lid 3
Indien de schuldenaar zich in gijzeling bevindt, wordt hij ontslagen, zodra het vonnis van faillietverklaring in kracht van gewijsde is gegaan, behoudens toepassing van artikel 87.
Lid 4
Het bepaalde bij dit artikel geldt niet voor lijfsdwang bij vonnissen, beschikkingen en authentieke akten, waarbij een uitkering tot levensonderhoud, krachtens het Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek verschuldigd, daaronder begrepen het verschuldigde voor verzorging en opvoeding van een minderjarige en voor levensonderhoud en studie van een meerderjarige die de leeftijd van een en twintig jaren niet heeft bereikt, is bevolen of toegezegd, alsmede beschikkingen, waarbij een uitkering, krachtens artikel 85 lid 2 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek door de ene partner aan de andere partner verschuldigd, is bevolen, alsmede besluiten op grond van paragraaf 6.5 van de Participatiewet.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 33 Fw is sinds 1988 in 58 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Rb. Rotterdam en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2026:1164 — 03-07-2026 Hoge Raad
Procesrecht. Verklaringsprocedure derdenbeslag. Art. 477a Rv. Ingangsdatum wettelijke rente. - ECLI:NL:HR:2021:112 — 02-02-2021 Hoge Raad
Cassatie in het belang van de wet. Profijtontneming. Gevolgen van faillissement voor geldboete of ontnemingsmaatregel, wanneer faillissement wordt beëindigd door gehomologeerd akkoord tussen gefailleerde en zijn schuldeisers. 1. Vanaf welk moment kan OvJ o.g.v. art. 94d.3 Sv als… - ECLI:NL:HR:2010:BM4095 — 13-07-2010 Hoge Raad
Beklagzaak. Faillissement en beslag ex art. 94 Sv. Art. 33 Fw. Een faillissement staat niet eraan in de weg dat ex art. 94 Sv strafvorderlijk beslag wordt gelegd. Het stelsel van de Fw brengt mee dat het faillissement, als alg. beslag, in de plaats treedt van de maatregelen van… - ECLI:NL:HR:1988:AC3064 — 13-05-1988 Hoge Raad
Faillissement van hypotheekgever, uitgesproken nadat eerst het (conservatoir) beslag op diens onroerend goed in de openbare registers is overgeschreven en vervolgens op dat goed een recht van eerste hypotheek met het in art. 1223 lid 2 BW bedoelde beding is verleend aan een… - ECLI:NL:GHAMS:2024:1827 — 02-07-2024 Hof Amsterdam
Derdenbeslag. Gevolgen faillietverklaring schuldenaar voor de verklaringsprocedure
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.