Artikel 60a Faillissementswet

Lid 1

Indien tot het vermogen van de gefailleerde onder bewind staande goederen behoren en zich schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld, die deze goederen onbelast met het bewind kunnen uitwinnen, zal de curator deze goederen van de bewindvoerder opeisen, onder zijn beheer nemen en te gelde maken, voorzover dit voor de voldoening van deze schuldeisers uit de opbrengst nodig is. Door de opeising eindigt het bewind over het goed. De opbrengst wordt overeenkomstig deze wet onder deze schuldeisers verdeeld, voorzover zij zijn geverifieerd. De curator draagt hetgeen na deze verdeling van de opbrengst over is, aan de bewindvoerder af, tenzij de andere schuldeisers de onder bewind staande goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen in welk geval het restant overeenkomstig deze wet onder deze laatste schuldeisers verdeeld wordt.

Lid 2

Indien zich slechts schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld die de goederen onder de last van het bewind kunnen uitwinnen, worden deze goederen door de curator overeenkomstig de artikelen 101 of 176 onder die last verkocht.

Lid 3

Buiten de gevallen, bedoeld in de vorige leden, blijven de onder bewind staande goederen buiten het faillissement en wordt slechts aan de curator uitgekeerd wat de goederen netto aan vruchten hebben opgebracht.

Lid 4

De bewindvoerder is te allen tijde, zodra de curator dit verlangt, verplicht aan deze rekening en verantwoording af te leggen.

Dit artikel verwijst naar:

Recente uitspraken

Art. 60a Fw is sinds 2020 in 1 uitspraak op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:RBOVE:2020:1367 — 31-03-2020 Rb. Overijssel
    Testamentair bewind en WSNP. Geen wettelijke mogelijkheid testamentair bewindvoerder een aanwijzing te geven tot uitkering van de vruchten of uit het vermogen aan de WSNP–bewindvoerder over te gaan. WSNP geen onvoorziene omstandigheid vanwege de doelstelling van het testamentair…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.