Artikel 36 Faillissementswet
Lid 1
Wanneer een verjaringstermijn betreffende een rechtsvordering, als bedoeld in artikel 26, zou aflopen gedurende het faillissement of binnen zes maanden na het einde daarvan, loopt de termijn voort totdat zes maanden na het einde van het faillissement zijn verstreken.
Lid 2
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op van rechtswege aanvangende vervaltermijnen.
Dit artikel verwijst naar:
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 36 Fw is sinds 2008 in 27 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hoge Raad, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:HR:2020:1310 — 17-07-2020 Hoge Raad
Verbintenissenrecht; verjaring. Vordering op rechtspersoon die na faillietverklaring door insolventie is ontbonden en vervolgens is opgehouden te bestaan (art. 2:19 lid 1, onder c, en lid 6 BW), terwijl de mogelijkheid bestaat dat de vereffening in faillissement wordt heropend… - ECLI:NL:HR:2017:1182 — 30-06-2017 Hoge Raad
Vermogensrecht. Ondernemingsrecht. Borgtocht en verjaring; art. 7:853 BW. Einde verjaringstermijn van vordering op niet meer bestaande rechtspersoon. Geldt verlengde termijn van art. 2:23c lid 2 BW jo. art. 3:320 BW slechts indien vereffening wordt heropend, of loopt… - ECLI:NL:HR:2016:1294 — 24-06-2016 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Tweede faillissement. Aanvang verjaringstermijn van gedurende het eerste faillissement ontstane rentevorderingen (art. 3:308 BW). Vraag of deze vorderingen, die gedurende dat faillissement niet konden worden geverifieerd (art. 128 Fw), opeisbaar waren. - ECLI:NL:HR:2016:759 — 29-04-2016 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Verjaring van de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van in proces-verbaal van verificatievergadering opgenomen erkende, en niet door de gefailleerde betwiste, vordering (art. 196-197 Fw). Toepasselijkheid van verjaringstermijn van twintig jaar (art. 3:324 lid… - ECLI:NL:GHARL:2021:6157 — 22-06-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van artikel 2:248 BW; kennelijk onbehoorlijk bestuur van bestuurders van gefailleerde transportonderneming; geen gronden voor disculpatie; beroep op matiging kan aan de orde komen in de schadestaatprocedure.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.