Artikel 73a Faillissementswet

Lid 1

De curator brengt, telkens na verloop van drie maanden, een verslag uit over de toestand van de boedel. De curator legt zijn verslag neder ter griffie van de rechtbank, ter kosteloze inzage van een ieder. De neerlegging geschiedt kosteloos.

Lid 2

De termijn, bedoeld in het vorige lid, kan door de rechter-commissaris worden verlengd.

Lid 3

In zijn verslag geeft de curator aan hoe hij zich heeft gekweten van zijn taak, bedoeld in artikel 68, tweede lid, onder a en c.

Recente uitspraken

Art. 73a Fw is sinds 2002 in 35 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Amsterdam en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2017:166 — 07-02-2017 Hoge Raad
    Bedrieglijke bankbreuk, art. 341 (oud) Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BI4691 m.b.t. het bestanddeel ‘ter bedrieglijke verkorting van de rechten van zijn schuldeisers’. I.c. is de bewezenverklaring, v.zv. behelzende dat verdachte heeft gehandeld ‘ter…
  • ECLI:NL:GHAMS:2026:597 — 03-03-2026 Hof Amsterdam
    Appellante is op verzoek van geïntimeerde in staat van faillissement verklaard. In hoger beroep bestrijdt appellante het oordeel van de rechtbank dat summierlijk is gebleken van de door de aanvrager opgevoerde steunvordering. Het hof oordeelt dat bespreking van deze…
  • ECLI:NL:GHSHE:2023:3542 — 26-10-2023 Hof 's-Hertogenbosch
    Vereffenaar is niet-ontvankelijk in hoger beroep van beschikking kantonrechter om niet afzonderlijk te beslissen op verzoek ex art. 4:206 lid 3 BW en om de vaststelling van het loon van de vereffenaar onderdeel te maken van de verzetprocedure; Vereffenaar is ook…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:3895 — 01-11-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Het hof stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 585.121,29 en legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel…
  • ECLI:NL:GHSHE:2022:3894 — 01-11-2022 Hof 's-Hertogenbosch
    Het hof stelt het bedrag waarop het door de betrokkene wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat vast op een bedrag van € 585.121,29 en legt de betrokkene de verplichting op tot betaling aan de Staat der Nederlanden ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel…

Bekijk alle 35 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.