Artikel 354a Faillissementswet

Lid 1

Indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, kan de rechtbank op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar een dag bepalen voor de zitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank bepaalt die zitting slechts als de voordracht of het verzoek vergezeld gaat van een beredeneerde verklaring van de bewindvoerder omtrent de vraag of redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is. De rechter-commissaris kan de bewindvoerder bevelen deze verklaring op te stellen en aan de rechtbank en de betrokken partijen te doen toekomen.

Lid 2

De rechtbank beëindigt de schuldsanering slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g niet is gebleken.

Lid 3

De rechtbank kan een of meer keren haar beslissing aanhouden voor nader onderzoek. De rechtbank bepaalt de dag waarop de schuldsaneringsregeling eindigt.

Lid 4

De bewindvoerder doet van de dag, uur en plaats onverwijld aankondiging in de Staatscourant.

Recente uitspraken

Art. 354a Fw is sinds 2012 in 23 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Den Haag, Hoge Raad en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2023:455 — 24-03-2023 Hoge Raad
    Cassatie in het belang der wet. WSNP. Benadeling van schuldeisers bekend geworden na onherroepelijk worden art. 354 Fw-vonnis, maar voor verbindend worden slotuitdelingslijst. Uitleg art. 358a Fw; kan in zodanig geval ontneming schone lei worden verzocht?
  • ECLI:NL:HR:2021:1353 — 24-09-2021 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Insolventierecht, schuldsanering. Vraag of het voorschrift van art. 356 lid 1 Fw dat een slotuitdelingslijst wordt opgemaakt, ook geldt voor boedels met een actief van minder dan € 2.000. Art. 4.3 van de Recofa-richtlijnen.
  • ECLI:NL:HR:2017:572 — 31-03-2017 Hoge Raad
    Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). WSNP. Dient voor toepassing van de tienjaarstermijn van art. 288 lid 2 onder d Fw onder de woorden ‘van toepassing is geweest’ de materiële termijn als bedoeld in art. 349a Fw dan wel de formele termijn als bedoeld in art. 356 lid 2 Fw te worden…
  • ECLI:NL:HR:2012:BX5882 — 09-11-2012 Hoge Raad
    Schending hoor en wederhoor? Art. 6 EVRM, art. 19 Rv. Hoger beroep gewezen mede op grond van proces-verbaal uit eerste aanleg waarvan partijen geen kennis hebben kunnen nemen.
  • ECLI:NL:GHARL:2026:3388 — 28-05-2026 Hof Arnhem-Leeuwarden
    De beslissing tot het verlenen van de schone lei ex art. 354 Fw wordt aangehouden zolang er op het verzoek tot tussentijdse beëindiging niet onherroepelijk is beslist.

Bekijk alle 23 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.