Artikel 311 Faillissementswet
Lid 1
De rechter-commissaris kan op verzoek van de bewindvoerder of de schuldenaar dan wel ambtshalve bij schriftelijke beschikking bepalen dat de schuldenaar gedurende een in die beschikking vast te stellen periode bevoegd is ten behoeve van de boedel de uitoefening van zijn zelfstandig beroep of bedrijf voort te zetten. De rechter-commissaris kan een periode telkens verlengen en aan zijn beschikking voorwaarden verbinden.
Lid 2
Een beschikking als bedoeld in het eerste lid heeft tot gevolg dat de schuldenaar bevoegd is alle handelingen waartoe de bewindvoerder toestemming heeft gegeven en die voor de normale uitoefening van het beroep of bedrijf nodig zijn, te verrichten.
Lid 3
Vorderingen die voortvloeien uit een voortzetting van de uitoefening van het beroep of bedrijf waartoe de schuldenaar op grond van dit artikel bevoegd is, waaronder te begrijpen de verschuldigde huurpenningen, voorzover aan die voortzetting toe te rekenen, zijn boedelschulden.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 311 Fw is sinds 2008 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0826 — 15-02-2011 Hof Leeuwarden
Saniet is huurder van een bedrijfspand. In geschil is of de verschuldigde huurpenningen een boedelschuld zijn, omdat er sprake zou zijn van een bedrijfsactiviteit, dan wel omdat de schuld door toedoen van de bewindvoerder is ontstaan dan wel omdat de boedel door de… - ECLI:NL:GHSHE:2008:BD6249 — 19-05-2008 Hof 's-Hertogenbosch
Geen (door)start onderneming tijdens schuldsaneringsregeling.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.