Artikel 106b Faillissementswet

Lid 1

Een bestuurder aan wie een bestuursverbod is opgelegd, kan gedurende vijf jaar nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, of zoveel korter als in de uitspraak is bepaald, niet tot bestuurder of commissaris van een in artikel 3 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek genoemde rechtspersoon worden benoemd. Een benoeming tot bestuurder of commissaris in weerwil van een onherroepelijk opgelegd bestuursverbod is nietig.

Lid 2

Tenzij in de uitspraak anders is bepaald, vormt het bestuursverbod voor betrokkene tevens een beletsel voor de uitoefening van zijn functie als bestuurder of commissaris bij alle op grond van artikel 106c, tweede lid, in de procedure betrokken rechtspersonen.

Lid 3

De griffier van de rechtbank, of in geval van hoger beroep, van het gerechtshof, biedt de onherroepelijke uitspraak waarin een bestuursverbod is opgelegd met bekwame spoed aan de Kamer van Koophandel aan, die terstond tot uitschrijving van de betrokken bestuurder uit het Handelsregister overgaat. Tevens wordt het bestuursverbod, voor de duur waarvoor het is opgelegd, geregistreerd bij het Handelsregister.

Lid 4

De rechtbank regelt zo nodig alle overige gevolgen van het door haar uitgesproken bestuursverbod.

Lid 5

De rechtbank kan ter verzekering van de naleving van haar uitspraak een dwangsom opleggen. Wordt de dwangsom verbeurd, dan komt deze toe aan de boedel of, als daarvan geen sprake is, aan de staat. De Minister van Veiligheid en Justitie kan de ontvangen gelden besteden aan nader door hem te bepalen doeleinden van faillissementsfraudebestrijding.

Lid 6

Een uitspraak houdende oplegging van een bestuursverbod kan niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

Wordt genoemd in:

Recente uitspraken

Art. 106b Fw is sinds 2018 in 45 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Overijssel, Rb. Rotterdam en Rb. Gelderland.

  • ECLI:NL:GHDHA:2021:1570 — 11-05-2021 Hof Den Haag
    Civielrechtelijk bestuursverbod. Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Schending informatieplicht jegens curator. Zienswijze vennootschap ex artikel 106c lid 2 Fw. Duur van bestuursverbod beperkt tot twee jaar. Dwangsom.
  • ECLI:NL:GHDHA:2020:2484 — 15-12-2020 Hof Den Haag
    Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248 lid 1 en 2 BW. Andere belangrijke oorzaken faillissement niet aannemelijk. Bestuursverbod. Art. 106a lid 1 sub a en c Fw. Gevolgen bestuursverbod t.a.v. nieuwe rechtspersonen. Zienswijze cfm art. 106c lid 2 Fw.
  • ECLI:NL:GHAMS:2020:3092 — 10-11-2020 Hof Amsterdam
    Bestuursverbod gegrond op het bepaalde in art. 106a lid 1 sub c Fw (schending van informatie- of medewerkingsverplichtingen jegens de faillissementscurator). Betrokkene heeft zijn verweer dat hem geen of onvoldoende verwijt treft niet voldoende onderbouwd. De procedure tot het…
  • ECLI:NL:RBOBR:2026:4089 — 10-06-2026 Rb. Oost-Brabant
    Deze zaak gaat over bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement. De curator in het faillissement van <gefailleerde> B.V. spreekt de twee bestuurders aan op grond van onbehoorlijke taakvervulling door het bestuur als vermeld in artikel 2:248 BW. De aangesproken bestuurders…
  • ECLI:NL:RBZWB:2026:3457 — 22-04-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
    Bestuursverbod, 106a Fw.

Bekijk alle 45 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.