Art. 2:366 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Onder de materiële vaste activa worden afzonderlijk opgenomen:

  1. bedrijfsgebouwen en -terreinen;

  2. machines en installaties;

  3. andere vaste bedrijfsmiddelen, zoals technische en administratieve uitrusting;

  4. materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa;

  5. niet aan het produktieproces dienstbare materiële vaste activa.

Lid 2

Indien de rechtspersoon op of met betrekking tot materiële vaste activa slechts een beperkt zakelijk of persoonlijk duurzaam genotsrecht heeft, wordt dit vermeld.