Art. 2:334l Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Tot een maand nadat alle partijen bij de splitsing de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot splitsing hebben aangekondigd kan iedere wederpartij bij een rechtsverhouding van zulk een partij door een verzoekschrift aan de rechtbank tegen het voorstel tot splitsing in verzet komen op grond dat het voorstel ten aanzien van zijn rechtsverhouding strijdt met artikel 334j of dat een krachtens artikel 334k verlangde waarborg niet is gegeven. In het laatste geval vermeldt het verzoekschrift de waarborg die wordt verlangd. De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de splitsing minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.
Lid 2
Voordat de rechter beslist, kan hij de partijen bij de splitsing in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven wijziging in het voorstel tot splitsing aan te brengen en het gewijzigde voorstel overeenkomstig artikel 334h openbaar te maken, onderscheidenlijk een door hem omschreven waarborg te geven.
Lid 3
Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van splitsing eerst worden verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
Lid 4
Indien de akte van splitsing al is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel:
bevelen dat een rechtsverhouding die in strijd met artikel 334j is overgegaan geheel of gedeeltelijk wordt overgedragen aan een of meer door hem aan te wijzen verkrijgende rechtspersonen of aan de voortbestaande gesplitste rechtspersoon, of bepalen dat twee of meer van deze rechtspersonen hoofdelijk tot nakoming van de uit de rechtsverhouding voortvloeiende verbintenissen verbonden zijn;
bevelen dat een door hem omschreven waarborg wordt gegeven.
De rechter kan aan een bevel een dwangsom verbinden.
Lid 5
Indien door een overdracht als bedoeld in lid 4 onder a de overdragende of verkrijgende rechtspersoon nadeel lijdt, is de andere rechtspersoon gehouden dit goed te maken.
Recente uitspraken
Art. 2:334l BW is sinds 1999 in 23 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Oost-Brabant en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:GHSHE:2025:116 — 21-01-2025 Hof 's-Hertogenbosch
Renvooiprocedure. Is sprake van rechtsgeldige overgang van vordering? Juridische splitsing. Cessie. - ECLI:NL:GHARL:2016:6589 — 16-08-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
De in eerste aanleg gedaagde partij is een vennootschap. De rechtbank wijst de vordering tegen gedaagde af. De eisers komen vervolgens tijdig in hoger beroep. Na het uitbrengen van de appeldagvaarding is de geïntimeerde vennootschap door een juridische fusie opgehouden te… - ECLI:NL:GHAMS:2016:2159 — 07-06-2016 Hof Amsterdam
Juridische splitsing. Vordering tot wijziging huurovereenkomst (art. 2:334r BW). Staat mogelijkheid tot verzet (art. 2:334k BW) aan vordering art. 2:334r BW in de weg? Zelfde maatstaf als bij art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden)? Is intrekking 403-verklaring een gevolg van… - ECLI:NL:GHAMS:2016:2158 — 07-06-2016 Hof Amsterdam
Juridische splitsing. Vordering tot wijziging huurovereenkomst (art. 2:334r BW). Staat mogelijkheid tot verzet (art. 2:334k BW) aan vordering art. 2:334r BW in de weg? Zelfde maatstaf als bij art. 6:258 BW (onvoorziene omstandigheden)? Is intrekking 403-verklaring een gevolg van… - ECLI:NL:GHARL:2015:1522 — 03-03-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
Incident tot schorsing en hervatting. Fusie van procespartij in hoger beroep en een daaropvolgende splitsing van de opvolgend rechtspersoon. Vooralsnog is onduidelijk wie als de opvolgend procespartij heeft te gelden. Partijen mogen zich daarover uitlaten bij akte.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.