Art. 2:334a Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Splitsing is zuivere splitsing en afsplitsing.

Lid 2

Zuivere splitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen van een rechtspersoon die bij de splitsing ophoudt te bestaan onder algemene titel overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving wordt verkregen door twee of meer andere rechtspersonen.

Lid 3

Afsplitsing is de rechtshandeling waarbij het vermogen of een deel daarvan van een rechtspersoon die bij de splitsing niet ophoudt te bestaan onder algemene titel overeenkomstig de aan de akte van splitsing gehechte beschrijving wordt verkregen door een of meer andere rechtspersonen waarvan ten minste één overeenkomstig het bepaalde in deze of de volgende afdeling lidmaatschapsrechten of aandelen in zijn kapitaal toekent aan de leden of aan aandeelhouders van de splitsende rechtspersoon of waarvan ten minste één bij de splitsing door de splitsende rechtspersoon wordt opgericht.

Lid 4

Partij bij de splitsing is de splitsende rechtspersoon alsmede elke verkrijgende rechtspersoon, met uitzondering van rechtspersonen die bij de splitsing worden opgericht.

Recente uitspraken

Art. 2:334a BW is sinds 1999 in 59 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Hoge Raad.

  • ECLI:NL:HR:2025:358 — 07-03-2025 Hoge Raad
    Procesrecht; artt. 3:4, 6:7, 6:11 en 6:15 Awb, art. 2:334a BW; gesplitste BV; tenaamstelling en bekendmaking van een verliesvaststellingsbeschikking; tijdigheid van bezwaar en beroep.
  • ECLI:NL:HR:2013:2133 — 20-12-2013 Hoge Raad
    Vennootschapsrecht. Faillissementsrecht. Vernietiging juridische afsplitsing op grond van actio pauliana (art. 42 Fw)? Art. 2:334u BW: exclusief stelsel voor de vernietiging van splitsing? Matiging overeengekomen vergoeding proceskosten tot liquidatietarief. Art. 237 Rv.…
  • ECLI:NL:HR:2009:BJ1248 — 25-09-2009 Hoge Raad
    Procesrecht. Verwerping van in eerste aanleg gevoerde verweren die in de vorm van een incidenteel hoger beroep aan het hof worden voorgelegd, waarmee dus ook het incidenteel beroep wordt verworpen, leidt niet tot kostenveroordeling incidenteel appellant.
  • ECLI:NL:HR:2009:BI3820 — 10-07-2009 Hoge Raad
    Huurrecht. Rechtsopvolger onder algemene titel van verhuurder kan zich beroepen op huuropzegging wegens dringend eigen gebruik van vóór afsplitsing (art. 2:334a BW); beroep huurder op wachttermijn in art. 7:296 lid 2 BW, beperkende werking redelijkheid en billijkheid.
  • ECLI:NL:HR:2008:BC3294 — 22-02-2008 Hoge Raad
    Huur bedrijfsruimte. Beëindiging huurovereenkomst wegens dringend eigen gebruik (art. 7:296 lid 1, aanhef en onder b BW). Procesrecht. Cassatie, ontvankelijkheid, wijziging hoedanigheid verweerder, rechtsopvolging onder algemene titel bij hybride splitsing ex art. 2:334a lid 3…

Bekijk alle 59 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.