Art. 2:334c Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Indien het gehele vermogen van de splitsende rechtspersoon overgaat, houdt hij door het van kracht worden van de splitsing op te bestaan.

Lid 2

Lid 1 geldt niet, indien ten minste een verkrijgende rechtspersoon een bij de splitsing opgerichte naamloze of besloten vennootschap is en de splitsende rechtspersoon daarvan bij de splitsing alle aandelen verkrijgt.

Recente uitspraken

Art. 2:334c BW is sinds 2002 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Gravenhage.

  • ECLI:NL:GHARL:2016:6589 — 16-08-2016 Hof Arnhem-Leeuwarden
    De in eerste aanleg gedaagde partij is een vennootschap. De rechtbank wijst de vordering tegen gedaagde af. De eisers komen vervolgens tijdig in hoger beroep. Na het uitbrengen van de appeldagvaarding is de geïntimeerde vennootschap door een juridische fusie opgehouden te…
  • ECLI:NL:GHSGR:2002:AE6131 — 01-05-2002 Hof 's-Gravenhage
    -

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.