Art. 2:210 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Jaarlijks binnen vijf maanden na afloop van het boekjaar der vennootschap, behoudens verlenging van deze termijn met ten hoogste vijf maanden door de algemene vergadering op grond van bijzondere omstandigheden, maakt het bestuur een jaarrekening op en legt het deze voor de aandeelhouders ter inzage ten kantore van de vennootschap. Indien van de vennootschap effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht, bedraagt de termijn vier maanden, tenzij artikel 5:25g, tweede of derde lid, van die wet van toepassing is. Deze termijn kan niet worden verlengd. Binnen deze termijn legt het bestuur ook het bestuursverslag ter inzage voor de aandeelhouders, tenzij de artikelen 396 lid 7, of 403 voor de vennootschap gelden. Het bestuur van de vennootschap waarop de artikelen 268 tot en met 271 en 274 van toepassing zijn, zendt de jaarrekening ook toe aan de in artikel 268 lid 11 bedoelde ondernemingsraad.
Lid 2
De jaarrekening wordt ondertekend door de bestuurders en door de commissarissen; ontbreekt de ondertekening van een of meer hunner, dan wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt.
Lid 3
De jaarrekening wordt vastgesteld door de algemene vergadering. Vaststelling van de jaarrekening strekt niet tot kwijting aan een bestuurder onderscheidenlijk commissaris.
Lid 4
Besluiten waarbij de jaarrekening wordt vastgesteld, worden in de statuten niet onderworpen aan de goedkeuring van een orgaan van de vennootschap of van derden.
Lid 5
Indien alle aandeelhouders tevens bestuurder van de vennootschap zijn, geldt ondertekening van de jaarrekening door alle bestuurders en commissarissen tevens als vaststelling in de zin van lid 3, mits alle overige vergadergerechtigden in de gelegenheid zijn gesteld om kennis te nemen van de opgemaakte jaarrekening en met deze wijze van vaststelling hebben ingestemd zoals bedoeld in artikel 238 lid 1. In afwijking van lid 3 strekt deze vaststelling tevens tot kwijting aan de bestuurders en commissarissen. De statuten kunnen de in de eerste zin bedoelde wijze van vaststelling van de jaarrekening uitsluiten.
Lid 6
De statuten bevatten geen bepalingen die toelaten dat voorschriften of bindende voorstellen voor de jaarrekening of enige post daarvan worden gegeven.
Lid 7
De statuten kunnen bepalen dat een ander orgaan van de vennootschap dan de algemene vergadering de bevoegdheid heeft te bepalen welk deel van het resultaat van het boekjaar wordt gereserveerd of hoe het verlies wordt verwerkt.
Lid 8
Onze Minister van Economische Zaken kan desverzocht om gewichtige redenen ontheffing verlenen van de verplichting tot het opmaken, het overleggen en het vaststellen van de jaarrekening. Geen ontheffing kan worden verleend ten aanzien van het opmaken van de jaarrekening van een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht.
Recente uitspraken
Art. 2:210 BW is sinds 1993 in 49 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:1993:ZC0994 — 11-06-1993 Hoge Raad
Derde misbruikwet. Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement ex art. 2:248 BW. Openbaar maken van de jaarrekening ex art. 2:394 BW. Besluit tot verlenging termijn voor opmaken jaarrekening ex art. 2:210 BW; onbelangrijk verzuim. Eisen te stellen aan de administratie van een… - ECLI:NL:GHAMS:2026:1520 — 12-05-2026 Hof Amsterdam
Eindarrest. Een om fiscale redenen in Nederland gevestigde bv zonder eigen ondernemingsactiviteiten is leeg achtergebleven met een fiscale schuld. De curator spreekt de advocaat van de aandeelhouders aan en een voormalige bestuurder. De vordering tegen de advocaat is in een… - ECLI:NL:GHARL:2025:3283 — 20-05-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
Bestuurdersaansprakelijkheid na faillissement. Beroep curator op artikel 2:248 BW en artikel 2:9 BW. Holdingvennootschap (de bestuurder) heeft ten onrechte bedragen in rekening gebracht bij de nadien gefailleerde dochtervennootschap. Vordering wordt gedeeltelijk toegewezen. - ECLI:NL:GHDHA:2025:206 — 18-02-2025 Hof Den Haag
843a-verzoek. rechtmatig belang. bestaande bescheiden - ECLI:NL:GHAMS:2024:2124 — 30-07-2024 Hof Amsterdam
Faillissementsrecht. Vorderingen curator ex 6:203 BW, 47 Fw. en 6:162 jo 2:11 BW. Beroep op artikel 6:140 BW. Positie dwangcrediteur. Beroep op verrekening ex 53 Fw
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.