Art. 2:207 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Het bestuur beslist over de verkrijging van aandelen in het kapitaal van de vennootschap. Verkrijging door de vennootschap van niet volgestorte aandelen in haar kapitaal is nietig.
Lid 2
De vennootschap mag, behalve om niet, geen volgestorte eigen aandelen verkrijgen indien het eigen vermogen, verminderd met de verkrijgingsprijs, kleiner is dan de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden of indien het bestuur weet of redelijkerwijs behoort te voorzien dat de vennootschap na de verkrijging niet zal kunnen blijven voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden.
Lid 3
Indien de vennootschap na een verkrijging anders dan om niet niet kan voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden, zijn de bestuurders die dat ten tijde van de verkrijging wisten of redelijkerwijs behoorden te voorzien, jegens de vennootschap hoofdelijk verbonden tot vergoeding van het tekort dat door de verkrijging is ontstaan, met de wettelijke rente vanaf de dag van de verkrijging. Artikel 248 lid 5 is van overeenkomstige toepassing. Niet verbonden is de bestuurder die bewijst dat het niet aan hem te wijten is dat de vennootschap de aandelen heeft verkregen en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Met een bestuurder wordt voor de toepassing van dit artikellid gelijkgesteld degene die het beleid van de vennootschap heeft bepaald of mede heeft bepaald, als ware hij bestuurder. De vordering kan niet worden ingesteld tegen de door de rechter benoemde bewindvoerder. De vervreemder van de aandelen die wist of redelijkerwijs behoorde te voorzien dat de vennootschap na de verkrijging niet zou kunnen voortgaan met het betalen van haar opeisbare schulden is jegens de vennootschap gehouden tot vergoeding van het tekort dat door de verkrijging van zijn aandelen is ontstaan, voor ten hoogste de verkrijgingsprijs van de door hem vervreemde aandelen, met de wettelijke rente vanaf de dag van de verkrijging. Indien de bestuurders de vordering uit hoofde van de eerste zin hebben voldaan, geschiedt de in de vorige zin bedoelde vergoeding aan de bestuurders, naar evenredigheid van het gedeelte dat door ieder der bestuurders is voldaan. De bestuurders en de vervreemder zijn niet bevoegd tot verrekening van hun schuld uit hoofde van dit artikel.
Lid 4
De statuten kunnen de verkrijging door de vennootschap van eigen aandelen uitsluiten of beperken.
Lid 5
De vorige leden gelden niet voor aandelen die de vennootschap onder algemene titel verkrijgt.
Lid 6
Onder het begrip aandelen in dit artikel zijn certificaten daarvan begrepen.
Recente uitspraken
Art. 2:207 BW is sinds 1997 in 39 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Den Haag en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:HR:2014:181 — 07-02-2014 Hoge Raad
Vennootschapsbelasting. Art. 13 Wet Vpb 1969. Een geldverstrekking die naar civielrechtelijke maatstaven is aan te merken als aandelenkapitaal kan voor de toepassing van de bepalingen van de vennootschapsbelasting niet worden aangemerkt als een geldlening. Geen fraus legis. - ECLI:NL:HR:1997:AA3220 — 08-01-1997 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2026:1540 — 09-06-2026 Hof Amsterdam
Ondernemingsrecht. Artikel 2:15 BW: vordering tot vernietiging van besluiten van door de Ondernemingskamer benoemde bestuurder. Uitkeringstest van artikel 2:207 lid 2 BW is geen besluit. Vordering tot betaling van kosten van verweer van door Ondernemingskamer benoemde… - ECLI:NL:GHAMS:2026:411 — 19-02-2026 Hof Amsterdam
OK; geschillenregeling; uittreding; certificaathouders; toewijzing; geen eigen regeling; geen afwijkende peildatum - ECLI:NL:GHAMS:2026:294 — 27-01-2026 Hof Amsterdam
Geschil tussen aandeelhouders. Door gedragingen vennootschap en mede-aandeelhouders kan van aandeelhouder niet langer gevergd worden dat zij aandeelhouder blijft. Vordering tot uittreding (vooralsnog) toewijsbaar. Zonder waardebepaling van de aandelen kan het hof niet beoordelen…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.