Art. 2:203 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Uit rechtshandelingen, verricht namens een op te richten vennootschap, ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor de vennootschap wanneer zij die rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of ingevolge lid 4 wordt verbonden.

Lid 2

Degenen die een rechtshandeling verrichten namens een op te richten vennootschap zijn, tenzij met betrekking tot die rechtshandeling uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap na haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd.

Lid 3

Indien de vennootschap haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.

Lid 4

De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen, het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 204 lid 1 en het betalen van kosten die met de oprichting verband houden. Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de artikelen 9 en 248 van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 2:203 BW is sinds 2000 in 122 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden, Hof 's-Hertogenbosch en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2017:144 — 03-02-2017 Hoge Raad
    Vertegenwoordiging, ontbreken bevoegdheid, onrechtmatige daad. Aansprakelijkheid voor sluiten overeenkomst namens een pas later opgerichte vennootschap. Bekrachtiging in oprichtingsakte, aan bekrachtigingshandeling te stellen eisen (art. 3:69, 3:33 en 3:37 BW).
  • ECLI:NL:HR:2010:BM3891 — 09-07-2010 Hoge Raad
    Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid bestuurder op grond van onrechtmatige bekrachtiging van vóór oprichting van vennootschap verrichte rechtshandeling, nu bestuurder ten tijde van bekrachtiging wist dan wel redelijkerwijs kon vermoeden dat vennootschap de verplichting uit de…
  • ECLI:NL:HR:2003:AJ0498 — 21-11-2003 Hoge Raad
    21 november 2003 Eerste Kamer Nr. C01/328HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiser], zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, EISER tot cassatie, advocaat: voorheen mr. B. Winters, thans mr. E. van Staden ten Brink, t e g e n FORTIS BANK…
  • ECLI:NL:HR:2000:AA5258 — 24-03-2000 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHAMS:2025:2716 — 14-10-2025 Hof Amsterdam
    Intentie-overeenkomst. Geldleningsovereenkomsten. Uitgebleven bekrachtiging. Geen bekrachtigingsaansprakelijkheid op grond van artikel 2:203 lid 2 BW; geen bestuurdersaansprakelijkheid of onrechtmatige daad.

Bekijk alle 122 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.