Art. 2:359 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Tot het instellen van een beroep in cassatie tegen de beschikkingen van de ondernemingskamer uit hoofde van deze afdeling is, buiten de personen bedoeld in artikel 426, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de rechtspersoon bevoegd, ongeacht of deze bij de ondernemingskamer is verschenen.
Lid 2
Indien aan een beschikking waarbij een persoon met een onderzoek is belast dan wel is aangesteld als bestuurder, commissaris of beheerder van aandelen, door vernietiging de grondslag komt te ontbreken, wordt de door de ondernemingskamer aan die persoon toegekende vergoeding onderscheidenlijk beloning geacht niet onverschuldigd te zijn.
Recente uitspraken
Art. 2:359 BW is sinds 1990 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A.
- ECLI:NL:HR:2019:316 — 08-03-2019 Hoge Raad
Ondernemingsrecht (Curaçao). Vervolg van HR 11 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2574. Toewijzing van verzoek om enquête te gelasten. Overgangsrecht met betrekking tot de regeling van het enquêterecht. Reikwijdte van het te verrichten onderzoek. Kan onderzoek ook andere bezwaren… - ECLI:NL:HR:1990:AC1234 — 10-01-1990 Hoge Raad
Enquêterecht. Ontvankelijkheid. Belang. Doeleinden enquête. Vaststelling wanbeleid zonder definitieve voorzieningen te treffen. Vaststelling wanbeleid voor partijen bindend behoudens cassatie. Begrip wanbeleid. Werkwijze onderzoeker. Art. 6 EVRM. - ECLI:NL:OGHACMB:2020:274 — 11-12-2020 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Einduitspraak op enquêteverzoek van Openbaar Ministerie naar beleid Sint Maartens havenbedrijf. Gezien de tijdens de procedure aangebrachte verbeteringen en na een belangenafweging, volgt afwijzing van het verzoek. - ECLI:NL:GHAMS:2014:3083 — 28-07-2014 Hof Amsterdam
OK; Enquete; lopend onderzoek; afwijzing verzoek tot zekerheidstelling voor kosten van het onderzoek via bankgarantie en op straffe van een dwangsom; artikel 2:350 lid 3 BW, toepasselijkheid van de aan artikel 2:359 lid 2 BW ten grondlag liggende regel. - ECLI:NL:GHAMS:2003:AM1450 — 16-10-2003 Hof Amsterdam
BESCHIKKINGEN LAURUS N.V. De Ondernemingskamer heeft heden, 16 oktober 2003, uitspraak gedaan in de zaak tussen UB HOLDING B.V. en LIJMAR B.V. (advocaten: mr. E.M. Soerjatin en mr. M. Holtzer) en LAURUS N.V. (advocaat: Mr. M.W. den Boogert). De Ondernemingskamer heeft verstaan…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.