Art. 2:353 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Het verslag van de uitkomst van het onderzoek wordt ter griffie van het gerechtshof Amsterdam nedergelegd. Uit het verslag moet blijken of aan het bepaalde in artikel 351 lid 4, tweede volzin is voldaan.
Lid 2
De advocaat-generaal bij het ressortsparket, de rechtspersoon, alsmede de verzoekers en hun advocaten, ontvangen een exemplaar van het verslag. In het geval, bedoeld in artikel 348, ontvangt ook de in dat artikel genoemde, op de rechtspersoon toezichthoudende instelling een exemplaar van het verslag. De ondernemingskamer kan bepalen dat het verslag voorts geheel of gedeeltelijk ter inzage ligt voor de door haar aan te wijzen andere personen of voor een ieder.
Lid 3
Het is aan anderen dan de rechtspersoon verboden mededelingen aan derden te doen uit het verslag, voor zover dat niet voor een ieder ter inzage ligt, tenzij zij daartoe op hun verzoek door de voorzitter van de ondernemingskamer zijn gemachtigd. Een vereniging van werknemers is echter zonder een zodanige machtiging bevoegd tot het verstrekken van mededelingen uit het verslag aan de ondernemingsraad, die aan een door de rechtspersoon gedreven onderneming is verbonden.
Lid 4
Ten spoedigste na de nederlegging geeft de griffier daarvan kennis aan de verzoeker of verzoekers en aan de rechtspersoon; indien de ondernemingskamer dit beveelt, draagt hij voorts zorg voor de bekendmaking van de nederlegging en van de in het tweede lid bedoelde beschikking in de Staatscourant.
Recente uitspraken
Art. 2:353 BW is sinds 2003 in 46 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hoge Raad en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2016:2740 — 02-12-2016 Hoge Raad
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure. Terinzagelegging onderzoeksverslag voor eenieder (art. 2:353 lid 2 BW). Mag ondernemingskamer in zodanig geval aan een derde op diens verzoek een afschrift van dat verslag verstrekken? - ECLI:NL:HR:2010:BO3356 — 17-12-2010 Hoge Raad
Enquêterecht. Verzoek als bedoeld in art. 2:345 lid 1 BW kan niet meer worden ingetrokken indien hierop met een uitdrukkelijk dictum is beslist; meest gerede partij kan zich met een verzoek tot beëindiging tot de ondernemingskamer richten. Oordeel dat curatoren van de failliete… - ECLI:NL:HR:2003:AF0644 — 24-01-2003 Hoge Raad
- - ECLI:NL:OGHACMB:2024:40 — 03-04-2024 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Vervolg op ECLI:NL:OGHACMB:2024:28. Enquête. Waken over het trustvermogen. Het Hof wijst aan voor wie het verslag ter inzage ligt. Verspreiding van het verslag. - ECLI:NL:GHAMS:2024:3140 — 14-11-2024 Hof Amsterdam
Ondernemingskamer; enquêteprocedure; tweede fase; gebreken die uit het onderzoek zijn gebleken leveren onjuist beleid, maar geen wanbeleid op. Daarbij hecht de Ondernemingskamer er veel waarde aan dat de vennootschap maatregelen heeft genomen die ertoe hebben geleid dat alle…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.