Art. 2:316 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Ten minste een van de te fuseren rechtspersonen moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in het volgende lid, voor iedere schuldeiser van deze rechtspersonen die dit verlangt zekerheid stellen of hem een andere waarborg geven voor de voldoening van zijn vordering. Dit geldt niet, indien de schuldeiser voldoende waarborgen heeft of de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie niet minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, dan er voordien is.
Lid 2
Tot een maand nadat alle te fuseren rechtspersonen de nederlegging of openbaarmaking van het voorstel tot fusie hebben aangekondigd kan iedere schuldeiser door het indienen van een verzoek bij de rechtbank tegen het voorstel tot fusie in verzet komen met vermelding van de waarborg die wordt verlangd. De rechtbank wijst het verzoek af, indien de verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermogenstoestand van de verkrijgende rechtspersoon na de fusie minder waarborg zal bieden dat de vordering zal worden voldaan, en dat van de rechtspersoon niet voldoende waarborgen zijn verkregen.
Lid 3
Voordat de rechter beslist, kan hij de rechtspersonen in de gelegenheid stellen binnen een door hem gestelde termijn een door hem omschreven waarborg te geven.
Lid 4
Indien tijdig verzet is gedaan, mag de akte van fusie eerst worden verleden, zodra het verzet is ingetrokken of de opheffing van het verzet uitvoerbaar is.
Lid 5
Indien de akte van fusie al is verleden, kan de rechter op een ingesteld rechtsmiddel het stellen van een door hem omschreven waarborg bevelen en daaraan een dwangsom verbinden.
Recente uitspraken
Art. 2:316 BW is sinds 2004 in 11 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Den Haag en Hof Den Haag.
- ECLI:NL:HR:2025:1544 — 10-10-2025 Hoge Raad
Pensioenrecht. Ondernemingsrecht. Gevolgen van fusie van Optas Pensioenen met Aegon Levensverzekering voor deelnemers aan pensioenregeling. Is fusie nietig of vernietigbaar op grond dat instemmingsbesluit van DNB door bestuursrechter is herroepen? Art. 1:23 lid 1 Wft. - ECLI:NL:GHDHA:2024:490 — 09-04-2024 Hof Den Haag
De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De… - ECLI:NL:GHDHA:2024:489 — 09-04-2024 Hof Den Haag
De fusie tussen Optas Pensioenen en Aegon Levensverzekering is niet ongeldig en blijft in stand. De € 2,5 miljard die ten tijde van de fusie op de balans van Optas Pensioenen stond behoort niet toe aan de Optas-verzekerden en zij hebben hierop geen eigendomsrechten. De… - ECLI:NL:GHAMS:2023:2887 — 31-10-2023 Hof Amsterdam
OK; artikel 2:316 BW; bekrachtiging hoger beroep - ECLI:NL:RBAMS:2026:5779 — 11-06-2026 Rb. Amsterdam
Verzet tegen juridische fusie o.g.v. artikel 2:316 lid 2 BW. Verzoekers zijn aan te merken als schuldeisers van de vennootschap. De door hen gestelde (en door verweerders betwiste) vorderingen zijn niet onmiskenbaar ongegrond. Het is aan verzoekers om te motiveren dat er door de…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.