Art. 2:16 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
De onherroepelijke uitspraak die de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon vaststelt of die zulk een besluit vernietigt, is voor een ieder, behoudens herroeping of derdenverzet, bindend, indien de rechtspersoon partij in het geding is geweest. Herroeping komt ieder lid of aandeelhouder toe.
Lid 2
Is het besluit een rechtshandeling van de rechtspersoon, die tot een wederpartij is gericht, of is het een vereiste voor de geldigheid van zulk een rechtshandeling, dan kan de nietigheid of vernietiging van het besluit niet aan die wederpartij worden tegengeworpen, indien deze het gebrek dat aan het besluit kleefde, kende noch behoefde te kennen. Niettemin kan de nietigheid of vernietiging van een besluit tot benoeming van een bestuurder of een commissaris aan de benoemde worden tegengeworpen; de rechtspersoon vergoedt echter diens schade, indien hij het gebrek in het besluit kende noch behoefde te kennen.
Recente uitspraken
Art. 2:16 BW is sinds 2004 in 55 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Rb. Rotterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2012:BX9023 — 21-12-2012 Hoge Raad
Onverschuldigde betaling. Rechtshandeling tot toekenning onkostenvergoedingen aan gemeenteraadslid strijdig met art. 99 Gemeentewet? Nietigheid, art. 3:40 lid 2 BW. Bezoldiging gemeenteraadsleden, art. 95 Gemeentewet. Wetenschap ongeoorloofdheid, redelijkheid en billijkheid. - ECLI:NL:HR:2007:BA9611 — 30-11-2007 Hoge Raad
Procesrecht. Alternatieve (relatieve) bevoegdheid bij geschil waarin omtrent de externe werking van een vennootschapsbesluit slechts kan worden beslist nadat eerst een oordeel is gegeven over de interne werking van dat besluit; reikwijdte art. 105 Rv., geen strikte wetsuitleg. - ECLI:NL:HR:2007:AZ7705 — 29-06-2007 Hoge Raad
Verenigingsrecht; wijzigingsverzoek ex art. 23 Handelsregisterwet. Lidmaatschap van gewone vereniging ondanks een ontbrekend toelatingsbesluit?, toepasselijkheid van de vertrouwensleer (art. 3:35 jo. 59 BW); belanghebbendebegrip als bedoeld in art. 23 Hrw. - ECLI:NL:OGHACMB:2026:78 — 21-04-2026 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçao. Interne bestuurdersaansprakelijkheid. Boten in de pleziervaart. Onttrekkingen. Belastingschulden. - ECLI:NL:OGHACMB:2023:158 — 12-09-2023 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van A
Curaçaose zaak Aansprakelijkheid (feitelijk) bestuurders en commissaris voor schade van vennootschappen; te betrachten zorgvuldigheid met betrekking tot de belangen van de bij de Ennia-vennootschappen en haar onderneming betrokken polishouders en verzekerden. Ernstig verwijt.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.