Art. 2:23 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen, worden de bestuurders vereffenaars van het vermogen van een ontbonden rechtspersoon. Op vereffenaars die niet door de rechter worden benoemd, zijn de bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing, het ontslag en het toezicht op bestuurders van toepassing, voor zover de statuten niet anders bepalen. Het vermogen van een door de rechter ontbonden rechtspersoon wordt vereffend door een of meer door hem te benoemen vereffenaars.
Lid 2
Ontslaat de rechter een vereffenaar, dan kan hij een of meer andere benoemen. Ontbreken vereffenaars, dan benoemt de rechtbank een of meer vereffenaars op verzoek van een belanghebbende of het openbaar ministerie. De vereffenaar die door de rechter is benoemd, heeft recht op de beloning welke deze hem toekent.
Lid 3
Een benoeming tot vereffenaar door de rechter gaat in daags nadat de griffier de benoeming aan de vereffenaar heeft meegedeeld; de griffier doet de mededeling terstond, indien de beslissing die de benoeming inhoudt, bij voorraad uitvoerbaar is en anders, zodra zij in kracht van gewijsde is gegaan.
Lid 4
Iedere vereffenaar doet aan de registers waar de rechtspersoon is ingeschreven, opgaaf van zijn optreden als zodanig en van de gegevens over zichzelf die van een bestuurder worden verlangd.
Lid 5
De rechtbank kan een vereffenaar met ingang van een door haar bepaalde dag ontslaan, het zij op diens verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op verzoek van een medevereffenaar, het openbaar ministerie of ambtshalve.
Lid 6
De ontslagen vereffenaar legt rekening en verantwoording af aan degenen die de vereffening voortzetten. Is de opvolger door de rechter benoemd, dan geschiedt de rekening en verantwoording ten overstaan van de rechter.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2:23 BW is sinds 2005 in 85 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Amsterdam en Hof Amsterdam.
- ECLI:NL:HR:2020:801 — 24-04-2020 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Verzoek ex art. 69 Fw van bestuurders failliete B.V. om faillissement te doen beëindigen, op de grond dat alle geverifieerde schuldeisers en de boedelkosten kunnen worden voldaan. Ontvankelijkheid verzoekers; invloed persoonlijk faillissement van bestuurder.… - ECLI:NL:RVS:2021:905 — 28-04-2021 Raad van State
Bij besluit van 23 september 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht het verzoek van T.S. Agro e.a. om schadevergoeding afgewezen. In geschil is of T.S. Agro e.a. aanspraak kunnen maken op vergoeding van schade die volgens hen het gevolg is… - ECLI:NL:CBB:2010:BL8587 — 15-03-2010 CBb
Besluit subsidies exportfinancieringsarrangementen - ECLI:NL:GHSHE:2026:812 — 25-03-2026 Hof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende, een stichting, is op 31 december 2017 ontbonden. In 2019 heeft een boekenonderzoek plaatsgevonden. De inspecteur heeft op 17 december 2019 (navorderings)aanslagen Vpb 2014, 2015 en 2016 opgelegd. Het hof oordeelt dat belanghebbende, die na de ontbinding nog baten… - ECLI:NL:GHAMS:2025:318 — 21-01-2025 Hof Amsterdam
Anders dan de rechtbank, komt het Hof tot het oordeel dat namens een niet-bestaande rechtspersoon bezwaar is ingesteld. De voormalig gemachtigde was niet bevoegd tot het het indienen van een bezwaarschrift. Het Hof verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.