Art. 2:406 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

De rechtspersoon die, alleen of samen met een andere groepsmaatschappij, aan het hoofd staat van zijn groep, stelt een geconsolideerde jaarrekening op, waarin opgenomen de eigen financiële gegevens met die van zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

Lid 2

Een rechtspersoon waarop lid 1 niet van toepassing is, maar die in zijn groep een of meer dochtermaatschappijen heeft of andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft, stelt een geconsolideerde jaarrekening op. Deze omvat de financiële gegevens van het groepsdeel, bestaande uit de rechtspersoon, zijn dochtermaatschappijen in de groep, andere groepsmaatschappijen die onder de rechtspersoon vallen en andere rechtspersonen waarop hij een overheersende zeggenschap kan uitoefenen of waarover hij de centrale leiding heeft.

Lid 3

De rechtspersoon die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer banken bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de banken als één geheel.

Lid 4

De rechtspersoon die geen verzekeringsmaatschappij als bedoeld in artikel 427 lid 1 is, en waarvan de geconsolideerde jaarrekening voor een belangrijk deel de financiële gegevens van één of meer verzekeringsmaatschappijen bevat, geeft in de toelichting ten minste inzicht in de solvabiliteit van de verzekeringsmaatschappijen als één geheel.

Lid 5

In de geconsolideerde jaarrekening van een rechtspersoon, die geen bank als bedoeld in artikel 415 is, mag ten aanzien van in de consolidatie te betrekken maatschappijen die bank zijn, tezamen met de in artikel 426 lid 1, tweede zin, bedoelde maatschappijen, artikel 424 worden toegepast.

Recente uitspraken

Art. 2:406 BW is sinds 2006 in 7 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Den Haag, CBb en CRvB.

  • ECLI:NL:CRVB:2026:492 — 22-04-2026 CRvB
    Berekening omzetverlies overeenkomstig NOW-1. Herhaling beroepsgronden. Bevestiging oordeel rechtbank. Sprake van een organisatorische en economische verbondenheid tussen appellante en firma. Sprake van een groep als bedoeld in artikel 2:24b BW. Bij berekening omzetverlies…
  • ECLI:NL:CBB:2008:BF0385 — 11-09-2008 CBb
    Wet op de Registeraccountants Raad van tucht Den Haag
  • ECLI:NL:GHDHA:2026:2989 — 29-09-2026 Hof Den Haag
    Vervolg op het verwijzingsarrest van het Hof Den Haag van 14 november 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:2681, en het prejudicieel arrest van het HvJ EU van 15 januari 2026 in zaak C-692/23, ECLI:EU:C:2026:4. Artikel 2.24b Aanbestedinsgwet 2012: quasi-inhouse uitzondering met meerdere…
  • ECLI:NL:GHDHA:2023:2681 — 14-11-2023 Hof Den Haag
    Tussenarrest. Prejudiciële verwijzing. Artikelen 2.24a en 2.24b Aanbestedingswet 2012. Teckal-criteria voor quasi-inbesteding. Uitleg Activiteitencriterium. Omzet op niveau gecontroleerde rechtspersoon of concernomzet? Omzet behaald bij derden bij uitvoering toevertrouwde taak?
  • ECLI:NL:GHAMS:2009:BH1789 — 28-01-2009 Hof Amsterdam
    Arrest in de Ahold-zaak. Het arrest telt 290 pagina’s. In de vier arresten van deze zaak zijn de hoofdstukken 1 tot en met 4 inhoudelijk gelijkluidend. Toetsing van de geconsolideerde jaarrekeningen van Ahold, zoals gepubliceerd in jaarverslagen en ‘annual reports on Form 20-F’,…

Bekijk alle 7 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.