Art. 2:93 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Uit rechtshandelingen, verricht namens een op te richten naamloze vennootschap, ontstaan slechts rechten en verplichtingen voor de vennootschap wanneer zij die rechtshandelingen na haar oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend bekrachtigt of ingevolge lid 4 wordt verbonden.
Lid 2
Degenen die een rechtshandeling verrichten namens een op te richten naamloze vennootschap zijn, tenzij met betrekking tot die rechtshandeling uitdrukkelijk anders is bedongen, daardoor hoofdelijk verbonden, totdat de vennootschap na haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd.
Lid 3
Indien de vennootschap haar verplichtingen uit de bekrachtigde rechtshandeling niet nakomt, zijn degenen die namens de op te richten vennootschap handelden hoofdelijk aansprakelijk voor de schade die de derde dientengevolge lijdt, indien zij wisten of redelijkerwijs konden weten dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, onverminderd de aansprakelijkheid terzake van de bestuurders wegens de bekrachtiging. De wetenschap dat de vennootschap haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen, wordt vermoed aanwezig te zijn, wanneer de vennootschap binnen een jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.
Lid 4
De oprichters kunnen de vennootschap in de akte van oprichting slechts verbinden door het uitgeven van aandelen, het aanvaarden van stortingen daarop, het aanstellen van bestuurders, het benoemen van commissarissen, het betalen van kosten die met de oprichting verband houden en het verrichten van rechtshandelingen als bedoeld in artikel 94 lid 1. Indien een oprichter hierbij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht, zijn de artikelen 9 en 138 van overeenkomstige toepassing.
Recente uitspraken
Art. 2:93 BW is sinds 2003 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Amsterdam, Hof Arnhem en Rb. Leeuwarden.
- ECLI:NL:GHARN:2011:BR3465 — 19-07-2011 Hof Arnhem
Hebben de bestuurders van de failliete naamloze vennootschap hun taak onbehoorlijk vervuld en wordt vermoed dat deze onbehoorlijke taakvervulling een belangrijke oorzaak is van het faillissement? - ECLI:NL:RBZWB:2026:943 — 04-02-2026 Rb. Zeeland-West-Brabant
Aanneming van werk, nieuwbouwwoning, (opleverings)gebreken? - ECLI:NL:RBOBR:2019:74 — 10-01-2019 Rb. Oost-Brabant
loonvordering achterstallig loon toegewezen; werknemer heeft zelf ontslag genomen dus geen recht op een billijke vergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging; geen hoofdelijke aansprakelijkheid van de oprichter van de stichting. - ECLI:NL:RBAMS:2013:BY8707 — 04-01-2013 Rb. Amsterdam
omschrijving: kort geding; arbeidsovereenkomst met besloten vennootschap in oprichting; bij en na oprichting besloten vennootschap geen bekrachtiging; vordering werknemer tot betaling achterstallig loon; vordering jegens besloten vennootschap, de bestuurder van de besloten… - ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ0849 — 23-03-2011 Rb. Amsterdam
Faillissements pauliana. bekrachtiging ex art. 2:93 BW door BV van rechtshandelingen verricht door BV i.o. is eenzijdige onverplichte rechtshandeling die in beginsel op grond van het bepaalde in artikel 42 Fw kan worden vernietigd. Wetenschap van benadeling? toepassing maatstaf…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.