Art. 2:370 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Onder de tot de vlottende activa behorende vorderingen worden afzonderlijk opgenomen:
vorderingen op handelsdebiteuren;
vorderingen op groepsmaatschappijen;
vorderingen op andere rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft;
opgevraagde stortingen van geplaatst kapitaal;
overige vorderingen, met uitzondering van die waarop de artikelen 371 en 372 van toepassing zijn, en met afzonderlijke vermelding van de vorderingen uit leningen en voorschotten aan leden of houders van aandelen op naam.
Lid 2
Bij elk van de in lid 1 vermelde groepen van vorderingen wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar.
Recente uitspraken
Art. 2:370 BW is sinds 2017 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHARL:2022:7675 — 06-09-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Hoger beroep; inning bancair pandrecht op vorderingen; opeisbaarheid vorderingen waarvoor het pandrecht is gevestigd; toerekening betalingen; tegenbewijs tegen volledig bewijs bankadministratie; verjaring pas na opeising leningen; vorderingen waarop het pandrecht is gevestigd;… - ECLI:NL:GHSHE:2017:3912 — 12-09-2017 Hof 's-Hertogenbosch
Afrekening betwiste rekening-courant.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.