Art. 2:375 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Onder de schulden worden afzonderlijk opgenomen:

  1. obligatieleningen, pandbrieven en andere leningen met afzonderlijke vermelding van de converteerbare leningen;

  2. schulden aan banken;

  3. ontvangen vooruitbetalingen op bestellingen voor zover niet reeds op actiefposten in mindering gebracht;

  4. schulden aan leveranciers en handelskredieten;

  5. te betalen wissels en cheques;

  6. schulden aan groepsmaatschappijen;

  7. schulden aan rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft, voor zover niet reeds onder f vermeld;

  8. schulden ter zake van belastingen en premiën van sociale verzekering;

  9. schulden ter zake van pensioenen;

  10. overige schulden.

Lid 2

Bij elke in lid 1 vermelde groep van schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan een jaar, met aanduiding van de rentevoet daarover. Voor het totaal van de in lid 1 vermelde schulden wordt aangegeven tot welk bedrag de resterende looptijd langer is dan vijf jaar.

Lid 3

Voor het totaal van de in lid 1 genoemde groepen, wordt aangegeven voor welke schulden zakelijke zekerheid is gesteld en in welke vorm dat is geschied. Voorts wordt medegedeeld ten aanzien van welke schulden de rechtspersoon zich, al dan niet voorwaardelijk, heeft verbonden tot het bezwaren of niet bezwaren van goederen, voor zover dat noodzakelijk is voor het verschaffen van het in artikel 362 lid 1 bedoelde inzicht.

Lid 4

Aangegeven wordt tot welk bedrag schulden in rang zijn achtergesteld bij de andere schulden; de aard van deze achterstelling wordt toegelicht.

Lid 5

Is het bedrag waarmee de schuld moet worden afgelost hoger dan het ontvangen bedrag, dan mag het verschil, mits afzonderlijk vermeld, uiterlijk tot de aflossing worden geactiveerd.

Lid 6

Het bedrag wordt vermeld dat de rechtspersoon op leningen die zijn opgenomen onder de schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar, moet aflossen tijdens het boekjaar, volgend op dat waarop de jaarrekening betrekking heeft.

Lid 7

Bij converteerbare leningen worden de voorwaarden van conversie medegedeeld.

Recente uitspraken

Art. 2:375 BW is sinds 1995 in 15 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Overijssel.

  • ECLI:NL:HR:1995:AA1596 — 26-04-1995 Hoge Raad
    -
  • ECLI:NL:GHARL:2025:5734 — 16-09-2025 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement, 2:248 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door bestuurder(s) en feitelijk medebeleidsbepaler, belangrijke oorzaak van het faillissement. Niet voldaan aan administratieplicht (2:10 BW); gevolgen van verschillende…
  • ECLI:NL:GHAMS:2023:1765 — 06-07-2023 Hof Amsterdam
    OK; jaarrekeningenprocedure; belanghebbendenbegrip; bevel tot opnemen toelichting op de balans
  • ECLI:NL:GHAMS:2019:1504 — 18-04-2019 Hof Amsterdam
    Een groep investeerders heeft via buitenlandse hybride vennootschappen en daartoe opgerichte Nederlandse lichamen een onderneming gekocht. De winst van de gekochte onderneming is door middel van een hybride lening aan de hybride vennootschappen met ca. € 27 mln rente verminderd.…
  • ECLI:NL:GHARL:2018:5362 — 12-06-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
    Vpb. Aftrekbare rentekosten? Perpetual securities. Geldlening of deelnemerschapslening?

Bekijk alle 15 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.