Art. 2:394 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
De rechtspersoon is verplicht tot openbaarmaking van de jaarrekening binnen acht dagen na de vaststelling. De openbaarmaking geschiedt door deponering van de volledig in de Nederlandse taal gestelde jaarrekening of, als die niet is vervaardigd, de jaarrekening in het Frans, Duits of Engels, bij het handelsregister, indien van toepassing op de wijze als voorgeschreven bij of krachtens artikel 19a van de Handelsregisterwet 2007. De dag van vaststelling moet zijn vermeld.
Lid 2
Is de jaarrekening niet binnen twee maanden na afloop van de voor het opmaken voorgeschreven termijn overeenkomstig de wettelijke voorschriften vastgesteld, dan maakt het bestuur onverwijld de opgemaakte jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar; op de jaarrekening wordt vermeld dat zij nog niet is vastgesteld. Binnen twee maanden na gerechtelijke vernietiging van een jaarrekening moet de rechtspersoon een afschrift van de in de uitspraak opgenomen bevelen met betrekking tot de jaarrekening deponeren bij het handelsregister, met vermelding van de uitspraak.
Lid 3
Uiterlijk twaalf maanden na afloop van het boekjaar moet de rechtspersoon de jaarrekening op de in lid 1 voorgeschreven wijze openbaar hebben gemaakt.
Lid 4
Gelijktijdig met en op dezelfde wijze als de jaarrekening worden het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens in het Nederlands of in een van de andere in het eerste lid genoemde talen openbaar gemaakt. Het voorafgaande geldt, behalve voor de in artikel 392 lid 1 onder a en e genoemde gegevens, niet, indien de stukken ten kantore van de rechtspersoon ter inzage van een ieder worden gehouden en op verzoek een volledig of gedeeltelijk afschrift daarvan ten hoogste tegen de kostprijs wordt verstrekt; hiervan doet de rechtspersoon opgaaf ter inschrijving in het handelsregister.
Lid 5
De vorige leden gelden niet, indien Onze Minister van Economische Zaken de in artikel 58, artikel 101 of artikel 210 genoemde ontheffing heeft verleend; alsdan wordt een afschrift van die ontheffing bij het handelsregister gedeponeerd.
Lid 6
De in de vorige leden bedoelde bescheiden worden gedurende zeven jaren bewaard. De Kamer van Koophandel mag de op deze bescheiden geplaatste gegevens overbrengen op andere gegevensdragers, die zij in hun plaats in het handelsregister bewaart, mits die overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave der gegevens en deze gegevens gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
Lid 7
Iedere belanghebbende kan van de rechtspersoon nakoming van de in de leden 1-5 omschreven verplichtingen vorderen.
Lid 8
Een vennootschap waarvan effecten zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht wordt geacht te hebben voldaan aan:
lid 1, indien zij de vastgestelde jaarrekening op grond van artikel 5:25o, eerste lid, van die wet heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
lid 2, eerste volzin, indien zij mededeling heeft gedaan op grond van artikel 5:25o, tweede lid, van die wet aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten;
vierde lid, eerste volzin, indien zij het bestuursverslag en de overige in artikel 392 bedoelde gegevens op grond van artikel 5:25o, vierde lid, van de Wet op het financieel toezicht heeft toegezonden aan de Stichting Autoriteit Financiële Markten.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2:394 BW is sinds 1993 in 431 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof 's-Hertogenbosch en Hof Arnhem-Leeuwarden.
- ECLI:NL:HR:2021:1099 — 09-07-2021 Hoge Raad
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur… - ECLI:NL:HR:2020:1016 — 05-06-2020 Hoge Raad
Faillissementsrecht. Opheffing wegens gebrek aan baten (art. 16 Fw). Vraag of nog bate aanwezig is. Mogelijkheid om beroep te doen op Garantstellingsregeling curatoren 2012. - ECLI:NL:HR:2019:1140 — 09-07-2019 Hoge Raad
Economische zaak. Niet voldoen aan plicht tot publicatie jaarrekening, begaan door rechtspersoon (overtreding voorschrift art. 2:394 BW). Staan art. 7 en 16 Handvest en art. 8 EVRM in de weg aan kwalificatie van bewezenverklaarde als strafbaar feit, nu weigering om te publiceren… - ECLI:NL:HR:2018:2367 — 21-12-2018 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden; art. 2:394 lid 3 BW. Is dit een "onbelangrijk verzuim" als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Samenhang met 17/05253 en 17/05218. - ECLI:NL:HR:2018:2366 — 21-12-2018 Hoge Raad
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Termijn voor openbaarmaking van de jaarrekening overschreden; art. 2:394 lid 3 BW. Is dit een "onbelangrijk verzuim" als bedoeld in art. 2:248 lid 2 BW? Samenhang met 17/05255 en 17/05218.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.