Art. 2:377 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Op de winst- en verliesrekening worden afzonderlijk opgenomen:
de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen daarover en het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening na belastingen;
de overige belastingen;
het resultaat na belastingen.
Lid 2
De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden hetzij overeenkomstig lid 3, hetzij overeenkomstig lid 4 gesplitst.
Lid 3
Afzonderlijk worden opgenomen:
de netto-omzet;
de toe- of afneming van de voorraad gereed produkt en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum;
de geactiveerde produktie ten behoeve van het eigen bedrijf;
de overige bedrijfsopbrengsten;
de lonen;
de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten;
de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten;
de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa;
waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen;
de overige bedrijfskosten;
het resultaat uit deelnemingen;
opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren;
de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
de rentelasten en soortgelijke kosten.
Lid 4
Afzonderlijk worden opgenomen:
de netto-omzet;
de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b;
de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen;
de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen;
de overige bedrijfsopbrengsten;
het resultaat uit deelnemingen;
opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren;
de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten;
de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren;
de rentelasten en soortgelijke kosten.
Lid 5
Bij de posten k-o van lid 3 en de posten g-k van lid 4 worden afzonderlijk vermeld de baten en lasten uit de verhouding met groepsmaatschappijen.
Lid 6
Onder de netto-omzet wordt verstaan de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon, onder aftrek van kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.
Lid 7
Baten en lasten welke aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, worden naar aard en omvang toegelicht.
Lid 8
Vermeld wordt het bedrag en de aard van de posten van baten en lasten die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen.
Wordt genoemd in:
Recente uitspraken
Art. 2:377 BW is sinds 2009 in 10 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Hof Amsterdam en CBb.
- ECLI:NL:CBB:2023:352 — 11-07-2023 CBb
De onderneming betaalt over haar hele omzet omzetbelasting. Dat de omzet door de wijze van factureren mogelijk in een ander kwartaal wordt behaald en aangegeven dan het kwartaal waarin de prestatie wordt geleverd, doet er niet aan af dat de vennootschap die omzet wel in een… - ECLI:NL:GHAMS:2016:1747 — 03-05-2016 Hof Amsterdam
Schadestaatprocedure. ING is in de hoofdprocedure veroordeeld tot schadevergoeding omdat niet voldoende leenstukken ter beschikking zijn gesteld om de dochtermaatschappijen van Cross Options in staat te stellen op de optiebeurs ‘reversal posities’ in te nemen. Schade… - ECLI:NL:GHARL:2015:8504 — 10-11-2015 Hof Arnhem-Leeuwarden
De curator van een gefailleerde onderneming stelt zowel de bestuurders – op diverse grondslagen art. 2:248 lid 2 BW jo art. 2:10 BW en art. 2:394 BW, artikel 2:248 lid 1, art. 2:252 BW en artikel 2:9 BW – als de commissarissen (artikel 2:259 BW) aansprakelijk. Omvang en… - ECLI:NL:GHAMS:2009:BJ8834 — 03-09-2009 Hof Amsterdam
Omkering bewijslast. Belanghebbende heeft overtuigend aangetoond dat in 2003 geen goodwill aanwezig was in de aan haar dochtervennootschap overgedragen onderneming. Niet is overtuigend aangetoond dat de loonkosten van de digra voor rekening van belanghebbende behoorden te komen. - ECLI:NL:RBGEL:2026:337 — 16-01-2026 Rb. Gelderland
Beroep tegen de herziening van het besluit tot definitieve vaststelling van de tegemoetkoming tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid, eerste aanvraagperiode (NOW 1), de vaststelling daarvan op nihil en de terugvordering van de betaalde tegemoetkoming ongegrond.…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.