Art. 2:404 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Een in artikel 403 bedoelde aansprakelijkstelling kan worden ingetrokken door deponering van een daartoe strekkende verklaring bij het handelsregister.
Lid 2
Niettemin blijft de aansprakelijkheid bestaan voor schulden die voortvloeien uit rechtshandelingen welke zijn verricht voordat jegens de schuldeiser een beroep op de intrekking kan worden gedaan.
Lid 3
De overblijvende aansprakelijkheid wordt ten opzichte van de schuldeiser beëindigd, indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:
de rechtspersoon behoort niet meer tot de groep;
een mededeling van het voornemen tot beëindiging heeft ten minste twee maanden lang ter inzage gelegen bij het handelsregister;
ten minste twee maanden zijn verlopen na de aankondiging in een landelijk verspreid dagblad dat en waar de mededeling ter inzage ligt;
tegen het voornemen heeft de schuldeiser niet tijdig verzet gedaan of zijn verzet is ingetrokken dan wel bij onherroepelijke rechterlijke uitspraak ongegrond verklaard.
Lid 4
Indien de schuldeiser dit verlangt moet, op straffe van gegrondverklaring van een verzet als bedoeld in lid 5, voor hem zekerheid worden gesteld of hem een andere waarborg worden gegeven voor de voldoening van zijn vorderingen waarvoor nog aansprakelijkheid loopt. Dit geldt niet, indien hij na het beëindigen van de aansprakelijkheid, gezien de vermogenstoestand van de rechtspersoon of uit anderen hoofde, voldoende waarborgen heeft dat deze vorderingen zullen worden voldaan.
Lid 5
Tot twee maanden na de aankondiging kan de schuldeiser voor wiens vordering nog aansprakelijkheid loopt, tegen het voornemen tot beëindiging verzet doen door het indienen van een verzoek bij de rechtbank van de woonplaats van de rechtspersoon die hoofdschuldenaar is.
Lid 6
De rechter verklaart het verzet slechts gegrond nadat een door hem omschreven termijn om een door hem omschreven waarborg te geven is verlopen, zonder dat deze is gegeven.
Recente uitspraken
Art. 2:404 BW is sinds 2002 in 27 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Midden-Nederland en Rb. Rotterdam.
- ECLI:NL:HR:2017:546 — 31-03-2017 Hoge Raad
Ondernemingsrecht. Intrekking door SNS Bank en SNS Reaal van afgegeven art. 2:403 BW-verklaringen; verzet van schuldeisers daartegen (art. 2:404 BW). Maatstaf voor de beoordeling van het verzet; bestaan en omvang van de gestelde vorderingen. Procesrecht: ontvankelijkheid van bij… - ECLI:NL:HR:2002:AE4663 — 28-06-2002 Hoge Raad
- - ECLI:NL:GHAMS:2022:124 — 25-01-2022 Hof Amsterdam
Er lopen (in eerste aanleg en in hoger beroep) meerdere procedures tussen HBC en de verhuurders over door HBC afgegeven (financiële) garanties in verband met de huur door haar inmiddels failliete dochter HBC NL van verschillende vroeger door V&D gehuurde panden. Bekrachtiging… - ECLI:NL:GHDHA:2019:3312 — 25-06-2019 Hof Den Haag
Bestuurdersaansprakelijkheid. Selectieve betaling.Niet aanwenden kredietfaciliteit voor betaling schuld van de vennootschap. Uitleg 403-verklaring. - ECLI:NL:GHARL:2018:11009 — 18-12-2018 Hof Arnhem-Leeuwarden
Beroepsfout rechtsbijstandverlener. Deze heeft niet de zorgvuldigheid betracht die van redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Verzuimd is cliënt te informeren over mogelijkheid van het indienen van een zelfstandig tegenverzoek in een…
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.