Art. 2:36 Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
Tenzij de statuten anders bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd tegen het eind van het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.
Lid 2
Een opzegging in strijd met het in het vorige lid bepaalde, doet het lidmaatschap eindigen op het vroegst toegelaten tijdstip volgende op de datum waartegen was opgezegd.
Lid 3
Een lid kan voorts zijn lidmaatschap met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat een besluit waarbij zijn rechten zijn beperkt of zijn verplichtingen zijn verzwaard, hem is bekend geworden of medegedeeld; het besluit is alsdan niet op hem van toepassing. Deze bevoegdheid tot opzegging kan de leden bij de statuten worden ontzegd voor het geval van wijziging van de daar nauwkeurig omschreven rechten en verplichtingen en voorts in het algemeen voor het geval van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen.
Lid 4
Een lid kan zijn lidmaatschap ook met onmiddellijke ingang opzeggen binnen een maand nadat hem een besluit is meegedeeld tot omzetting van de vereniging in een andere rechtsvorm, tot fusie of tot splitsing.
Recente uitspraken
Art. 2:36 BW is sinds 2007 in 29 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam, Rb. Limburg en Rb. Noord-Holland.
- ECLI:NL:GHARL:2020:10671 — 22-12-2020 Hof Arnhem-Leeuwarden
Beëindiging lidmaatschap coöperatieve vereniging bungalowpark mogelijk en geen vergoeding meer aan de vereniging verschuldigd. Bekrachtiging. - ECLI:NL:GHSHE:2018:2677 — 19-06-2018 Hof 's-Hertogenbosch
lidmaatschap winkeliersvereniging, beëindiging lidmaatschap, rechtsverhouding tussen winkelier die geen lid meer is van de vereniging en de vereniging. - ECLI:NL:GHDHA:2014:2465 — 22-07-2014 Hof Den Haag
Kort geding. Royement lid vereniging. Opzegging lid vereniging. Afweging belangen in kort geding. Bewijslevering niet aan de orde. - ECLI:NL:GHARN:2010:BQ2281 — 19-10-2010 Hof Arnhem
Opzegging van lidmaatschap vereniging. Beëindiging per einde kalenderjaar (2:36 lid 1 BW) waardoor ook einde is gekomen aan bijdrageverplichting. Vereniging heeft vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking (6:212 BW) - ECLI:NL:GHSGR:2008:BC8020 — 27-03-2008 Hof 's-Gravenhage
Uittreegeldregeling landbouwcoöperatie niet in strijd met mededingingsrecht, noch met art. 2:60 en 2:8 BW.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.