Art. 2:62 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Voor een onderlinge waarborgmaatschappij gelden voorts de volgende bepalingen:

  1. Zij die als verzekeringnemer bij een onderlinge waarborgmaatschappij een overeenkomst van verzekering lopende hebben, zijn van rechtswege lid van de waarborgmaatschappij. Bij de onderlinge waarborgmaatschappij die krachtens haar statuten ook verzekeringnemers die geen lid zijn mag verzekeren, kan van deze bepaling worden afgeweken.

  2. Tenzij de statuten anders bepalen, duurt het lidmaatschap dat uit een verzekeringsovereenkomst ontstaat, voort totdat alle door het lid met de waarborgmaatschappij gesloten verzekeringsovereenkomsten zijn geëindigd. Bij overdracht of overgang van de rechten en verplichtingen uit zodanige overeenkomst gaat het lidmaatschap, voor zover uit die overeenkomst voortvloeiende, op de nieuwe verkrijger of de nieuwe verkrijgers over, een en ander behoudens afwijkende bepalingen in de statuten.

  3. Indien het waarborgkapitaal van een onderlinge waarborgmaatschappij in aandelen is verdeeld, zijn de artikelen 79-89, 90-92, 95, 96 lid 1, 98 leden 1 en 6, en 98c leden 1 en 2 van dit boek van overeenkomstige toepassing.

Recente uitspraken

Art. 2:62 BW is sinds 2015 in 2 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Midden-Nederland en Rb. Oost-Brabant.

  • ECLI:NL:RBOBR:2025:7929 — 27-11-2025 Rb. Oost-Brabant
    Pensioenrecht. Indexatie. Gepensioneerden zijn allen werkzaam geweest bij Donatus. Zij maken aanspraak op indexatie op hun pensioen over 2020 van 3,25%, gebaseerd op basis van de loonindex, in plaats van de door Donatus toegekende indexatie van 1,20% op basis van de prijsindex.…
  • ECLI:NL:RBMNE:2015:8275 — 25-11-2015 Rb. Midden-Nederland
    Pensioenrecht; wijziging toeslagregeling door portefeuilleoverdracht; maatstaf PSW; ECN-arrest

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.