Art. 2:343 Burgerlijk Wetboek Boek 2

Lid 1

Op verzoek van de aandeelhouder die door gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd, kan de ondernemingskamer die mede-aandeelhouders bevelen de aandelen van deze aandeelhouder overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van artikel 343a over te nemen. Op verzoek van de aandeelhouder kan de ondernemingskamer ook bevelen dat de vennootschap de aandelen van de aandeelhouder overneemt op grond van gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders of van de vennootschap zelf. Het verzoek, bedoeld in de vorige zin kan evenwel niet worden toegewezen, voorzover artikel 98 of 207 aan verkrijging van de aandelen door de vennootschap in de weg staat, met dien verstande evenwel dat geen rekening wordt gehouden met het vereiste van een machtiging als bedoeld in artikel 98 lid 4 of een daarmee vergelijkbaar statutair voorschrift dan wel een na het tijdstip van indienen van het verzoek ten nadele van verzoeker tot stand gebrachte wijziging van de statuten. Bij toewijzing van het verzoek is artikel 207 lid 3 niet van toepassing.

Lid 2

De artikelen 336a leden 3, 4, 6 en 7, 337, 338 leden 1 en 3, 339 en 340, leden 1, 2 en 3 zijn van toepassing of van overeenkomstige toepassing.

Lid 3

Bij het bepalen van de prijs van de aandelen kan de ondernemingskamer desverzocht een billijke verhoging toepassen in verband met gedragingen van de verweerder, of van anderen dan de verweerder, indien aannemelijk is dat die gedragingen hebben geleid tot een vermindering van de waarde van de over te dragen aandelen en deze vermindering niet, of niet volledig, voor rekening van verzoeker behoort te blijven.

Lid 4

Bij toewijzing van het verzoek tot uittreding bevat de beschikking tevens een veroordeling van de verzoeker tot levering aan verweerders van de hun, zo nodig na toepassing van artikel 343a lid 5, over te dragen aandelen.

Lid 5

De ondernemingskamer kan haar beslissing op het verzoek voor een door haar te bepalen termijn aanhouden, indien ten processe blijkt dat de vennootschap of één of meer mede-aandeelhouders op zich nemen maatregelen te treffen waardoor het nadeel dat de aandeelhouder lijdt zoveel mogelijk wordt ongedaan gemaakt of beperkt.

Lid 6

Voor de toepassing van dit artikel wordt met aandelen en houders van aandelen gelijkgesteld certificaten van aandelen respectievelijk houders van certificaten, met dien verstande dat een aandeelhouder de ondernemingskamer niet kan verzoeken de houders van certificaten van aandelen te bevelen zijn aandelen overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van artikel 343a over te nemen.

Recente uitspraken

Art. 2:343 BW is sinds 1990 in 188 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Rb. Rotterdam en Rb. Noord-Holland.

  • ECLI:NL:HR:2025:1408 — 26-09-2025 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Ondernemingsrecht. Algemeen vermogensrecht. Joint venture-geschil. O.a. klachten over toepassing van art. 3:44 lid 4 BW, toetsing van schorsing uitvoerend bestuurder aan redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW) en beoordeling van uittreedvordering (art. 2:343…
  • ECLI:NL:HR:2016:2578 — 11-11-2016 Hoge Raad
    Procesrecht. Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenarrest van ondernemingskamer in uittredingsprocedure (art. 2:343, art. 2:339 lid 1 BW en art. 401a lid 2 Rv). Niet-ontvankelijkverklaring na ‘selectie aan de poort’ (art. 80a RO)? Doorbreking van rechtsmiddelenverbod…
  • ECLI:NL:HR:2014:945 — 18-04-2014 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Waardering aandelen in verband met vordering tot uittreding, art. 2:343 BW. Benoeming deskundige, doorbreking rechtsmiddelenverbod, art. 194 lid 2 Rv.
  • ECLI:NL:HR:2012:BU4970 — 27-01-2012 Hoge Raad
    Ondernemingsrecht. Vordering tot overname aandelen op de voet van art. 2:343 BW. Bij redelijke toepassing art. 2:343 kan rechter forfaitaire vergoeding opnemen ter hoogte van de wettelijke rente voor nadeel dat eiser lijdt gedurende periode tussen overdracht aandelen en…
  • ECLI:NL:HR:1990:AC0960 — 09-07-1990 Hoge Raad
    Enquêterecht. Vertegenwoordiging rechtspersoon. Gegronde redenen om aan juist beleid te twijfelen (art. 2:350 lid 1 BW).

Bekijk alle 188 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.