Art. 2:196a Burgerlijk Wetboek Boek 2
Lid 1
De levering van een aandeel of de levering van een beperkt recht daarop overeenkomstig artikel 196 lid 1 werkt mede van rechtswege tegenover de vennootschap. Behoudens in het geval dat de vennootschap zelf bij de rechtshandeling partij is, kunnen de aan het aandeel verbonden rechten eerst worden uitgeoefend nadat zij de rechtshandeling heeft erkend of de akte aan haar is betekend overeenkomstig de bepalingen van artikel 196b, dan wel deze heeft erkend door inschrijving in het aandeelhoudersregister als bedoeld in lid 2.
Lid 2
De vennootschap die kennis draagt van de rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid kan, zolang haar geen erkenning daarvan is verzocht noch betekening van de akte aan haar is geschied, die rechtshandeling eigener beweging erkennen door inschrijving van de verkrijger van het aandeel of het beperkte recht in het aandeelhoudersregister. Zij doet daarvan aanstonds bij aangetekende brief mededeling aan de bij de rechtshandeling betrokken partijen met het verzoek alsnog een afschrift of uittreksel als bedoeld in artikel 196b lid 1 aan haar over te leggen. Na ontvangst daarvan plaatst zij, ten bewijze van de erkenning, een aantekening op het stuk op de wijze als in artikel 196b voor de erkenning wordt voorgeschreven; als datum van erkenning wordt de dag van de inschrijving vermeld.
Lid 3
Indien een rechtshandeling als bedoeld in het eerste lid heeft plaatsgevonden zonder dat dit heeft geleid tot een daarop aansluitende wijziging in het register van aandeelhouders, kan deze noch aan de vennootschap noch aan anderen die te goeder trouw de in het aandeelhoudersregister ingeschreven persoon als aandeelhouder of eigenaar van een beperkt recht op een aandeel hebben beschouwd, worden tegengeworpen.
Recente uitspraken
Art. 2:196a BW is sinds 2011 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem en Rb. Amsterdam.
- ECLI:NL:GHAMS:2020:2014 — 14-07-2020 Hof Amsterdam
Vervolg van tussenarrest 1 oktober 2019. Anders dan de eerste rechter oordeelde, staat art. 25 Fw niet in de weg aan de ontvankelijkheid van de appellanten in hun vorderingen. De vorderingen zijn echter niet toewijsbaar. - ECLI:NL:GHARN:2011:BY6498 — 20-12-2011 Hof Arnhem
Geldleningsovereenkomst; bestuurdersaansprakelijkheid - ECLI:NL:RBDHA:2023:21246 — 14-12-2023 Rb. Den Haag
Machtiging bijeenroeping algemene vergadering van aandeelhouders BV. BV is opgericht door twee inmiddels overleden broers, geschil tussen kinderen (erfgenamen) van deze broers. BV – die visie kinderen ene broer uitdraagt – betwist dat verzoekers (kinderen van de andere broer)… - ECLI:NL:RBAMS:2021:2605 — 20-05-2021 Rb. Amsterdam
nakoming overdracht (afnemen) aandelen. bestaan en inhoud overeenkomst betwist. wie is partij? bindend advies inz koopprijs? artt 7:904, 6:248 BW. meewerken levering en goedkeuring toegewezen. erkenning door vennootschap van de overdracht ook.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.