Art. 1:142 Burgerlijk Wetboek Boek 1

Lid 1

Als tijdstip waarop de samenstelling en de omvang van het te verrekenen vermogen worden bepaald, geldt:

  1. in geval van het eindigen van het huwelijk of het geregistreerd partnerschap door overlijden: het tijdstip van overlijden;

  2. in geval van beëindiging van het huwelijk door echtscheiding: het tijdstip van indiening van het verzoek tot echtscheiding;

  3. in geval van scheiding van tafel en bed: het tijdstip van indiening van het verzoek tot scheiding van tafel en bed;

  4. in geval van opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening als bedoeld in artikel 139: het tijdstip van indiening van het verzoek tot opheffing van die verplichting;

  5. in geval van beëindiging van het geregistreerd partnerschap met wederzijds goedvinden: het tijdstip waarop de overeenkomst tot beëindiging wordt gesloten;

  6. in geval van ontbinding van het geregistreerd partnerschap op verzoek: het tijdstip van indiening van het verzoek;

  7. in geval van vermissing en een daarop gevolgd huwelijk of geregistreerd partnerschap: het tijdstip waarop de beschikking, bedoeld in artikel 417, eerste lid, in kracht van gewijsde is gegaan;

  8. in geval van opheffing van de wederzijdse verplichting tot verrekening bij huwelijkse voorwaarden: het tijdstip, bedoeld in artikel 120, eerste lid.

Lid 2

Van het eerste lid, aanhef en onder b tot en met f, kan bij op schrift gestelde overeenkomst worden afgeweken.

Recente uitspraken

Art. 1:142 BW is sinds 2004 in 68 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof 's-Hertogenbosch, Hof Arnhem-Leeuwarden en Rb. Rotterdam.

  • ECLI:NL:HR:2022:1389 — 07-10-2022 Hoge Raad
    Huwelijksvermogensrecht. Afrekening finaal verrekenbeding alsof algehele gemeenschap van goederen had bestaan ('alsof'-beding); art. 1:142 BW. Vraag of echtgenoten slechts regels over omvang wettelijke gemeenschap op het oog hadden of ook mogelijkheid van vergoedingsrechten als…
  • ECLI:NL:HR:2019:637 — 19-04-2019 Hoge Raad
    Huwelijksvermogensrecht. Procesrecht. Verrekening op grond van niet-nagekomen periodiek verrekenbeding (art. 1:141 BW). Vaststelling omvang overgespaard vermogen; stelplicht en bewijslast. Bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW; HR 8 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9605.…
  • ECLI:NL:HR:2017:161 — 03-02-2017 Hoge Raad
    Huwelijksgoederenrecht. Afwikkeling van niet uitgevoerd periodiek verrekenbeding ten aanzien van de aan een van de echtgenoten toebehorende echtelijke woning. Verzuim om toepassing te geven aan het bewijsvermoeden van art. 1:141 lid 3 BW.
  • ECLI:NL:HR:2016:722 — 22-04-2016 Hoge Raad
    Art. 81 lid 1 RO. Huwelijksvermogensrecht. Huwelijkse voorwaarden met periodiek verrekenbeding. Vermogensverdeling na echtscheiding. Pensioenverevening. Art. 1:141 en 1:142 BW.
  • ECLI:NL:HR:2011:BU6591 — 02-12-2011 Hoge Raad
    Echtscheiding. Huwelijkse voorwaarden. Geval waarin aan periodiek verrekenbeding tijdens huwelijk geen uitvoering is gegeven. Omzetting in finaal verrekenbeding (vgl. HR 6 december 2002, LJN AE9241, NJ 2005/125 en art. 1:141 BW). Uit omzetting voortvloeiende vordering ontstaat…

Bekijk alle 68 uitspraken »

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.