Art. 1:323 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Op verzoek van de voogden gezamenlijk of van een van hen beëindigt de rechter de gezamenlijke uitoefening van de voogdij. Alsdan bepaalt de rechter aan wie van beide voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen alleen zal toekomen.
Recente uitspraken
Art. 1:323 BW is sinds 2021 in 5 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHSHE:2023:954 — 23-03-2023 Hof 's-Hertogenbosch
Artikel 1:323 BW. Beëindiging van de gezamenlijke uitoefening van de voogdij over de pleegkinderen. - ECLI:NL:GHAMS:2023:615 — 14-03-2023 Hof Amsterdam
Beëindiging gezamenlijke voogdij. Beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard ondanks tekst artikel 1:282a BW. Omissie van de wetgever. - ECLI:NL:GHAMS:2021:2570 — 10-08-2021 Hof Amsterdam
ontzetting / ontslag voogdij - ECLI:NL:GHARL:2021:5302 — 01-06-2021 Hof Arnhem-Leeuwarden
Artikel 1:253n BW. Eenhoofdig gezag. Een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem of verloren raken tussen de ouders. Gezamenlijk gezag niet uitvoerbaar vanwege de strijd tussen de ouders. Geen ruimere omgangsregeling in hoger beroep vastgesteld. Verzoek tot benoeming… - ECLI:NL:RBZWB:2022:2775 — 10-05-2022 Rb. Zeeland-West-Brabant
Beëindiging gezamenlijke voogdij pleegouders na echtscheiding. Art. 1:323 BW
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.