Art. 1:306a Burgerlijk Wetboek Boek 1

De zesde afdeling van deze titel is niet van toepassing op de uitoefening van de voorlopige voogdij als bedoeld in de artikelen 241, 268 en 331.

Recente uitspraken

Art. 1:306a BW is sinds 2020 in 4 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Rb. Rotterdam en Rb. Midden-Nederland.

  • ECLI:NL:RBMNE:2025:3568 — 25-06-2025 Rb. Midden-Nederland
    ‘Het voorlopig toevertrouwen van de voogdij aan een GI is een kinderbeschermingsmaatregel. Een bereidheidsverklaring is dan ook niet van toepassing op voorlopige voogdij. De kinderrechter wijzigt de beschikking van 9 mei 2025 op grond van artikel 1:241 lid 5, in die zin dat de…
  • ECLI:NL:RBROT:2025:2949 — 31-01-2025 Rb. Rotterdam
    Verzoek gezag en ondertoezichtstelling.
  • ECLI:NL:RBROT:2024:2922 — 20-03-2024 Rb. Rotterdam
    Voogdij en ouderlijk gezag. Na het overlijden van de moeder verzoekt stiefvader het gezag dan wel de voogdij over alle vier de minderjarigen. De raad verzoekt uiteindelijk de GI tot voogd te benoemen over de oudste twee minderjarigen en oma (mz) over de jongste twee.…
  • ECLI:NL:RBROT:2020:1336 — 14-02-2020 Rb. Rotterdam
    Beschikking handhaving voorlopige voogdij, handhaving voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Gelet op de artikelen 1:306a en 1:326 BW is een combinatie van beide voorlopige maatregelen mogelijk. De voorlopige ondertoezichtstelling wordt gehandhaafd…

Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.