Art. 1:305 Burgerlijk Wetboek Boek 1
Vervallen
Recente uitspraken
Art. 1:305 BW is sinds 2007 in 6 uitspraken op wetboek.org gekoppeld, met name door Hof Amsterdam, Hof Arnhem-Leeuwarden en Hof 's-Hertogenbosch.
- ECLI:NL:GHSHE:2024:3778 — 28-11-2024 Hof 's-Hertogenbosch
Hoger beroep van pleegouders tegen aan de voogdijinstelling verleende toestemming voor wijziging van de verblijfplaats van hun pleegkind in het kader van een voogdijmaatregel ex art. 1:336a BW. Appelverbod. Geen sprake van doorbrekingsgronden. Het beroep van de pleegouders op… - ECLI:NL:GHARL:2022:6490 — 26-07-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
Art. 1:328 BW. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder om een andere GI te benoemen tot voogd over haar kinderen afgewezen. Het hof biedt de moeder in deze tussenbeschikking alsnog de mogelijkheid om te melden welke wijziging van omstandigheden volgens haar is opgetreden ná… - ECLI:NL:GHARL:2022:2336 — 22-03-2022 Hof Arnhem-Leeuwarden
De verstoorde verhouding tussen de ouders, de pleegouders en de GI is niet in het belang van de kinderen. Het hof geeft de GI in overweging de voogdij te laten uitvoeren door een ander persoon binnen de organisatie. Er is geen wettelijke grond voor beëindiging van de voogdij van… - ECLI:NL:GHAMS:2018:2989 — 14-08-2018 Hof Amsterdam
Biologische vader die zijn kind niet heeft erkend is niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot beëindiging van de voogdij van een gecertificeerde instelling, omdat hij geen bloedverwant van het kind is. - ECLI:NL:GHAMS:2007:BA4102 — 17-04-2007 Hof Amsterdam
De stichting die de voogdij heeft over de kinderen heeft geen toestemming van de rechter nodig voor uithuisplaatsing van de kinderen. Het beroep op art 6 EVRM maakt dit niet anders.
Bron: Rechtspraak.nl — uitspraken bevatten verwijzingen naar dit artikel.